Ter voorkoming van het onterecht ontvangen van individuele voorzieningen of pgb’s, alsmede het bestrijden van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet, is het college bevoegd controles uit te voeren die betrekking hebben op de naleving van:
de wet, tenzij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd bevoegd is;
deze verordening;
de voorwaarden die voortvloeien uit overeenkomsten met jeugdhulpaanbieders.
Onverminderd paragraaf 6b van de Regeling Jeugdwet, kunnen de controles als bedoeld in het eerste lid, betrekking hebben op de rechtmatigheid als ook op de geboden jeugdhulp door derden in geval van een pgb.
Het college kan een toezichthoudende ambtenaar aanwijzen voor de controle op de rechtmatige verstrekking van jeugdhulp (natura en pgb).
Het college kan:
de besteding van pgb’s, al dan niet steekproefsgewijs, controleren en beoordelen of de budgethouder nog voldoet aan de voorwaarden om voor een pgb in aanmerking te komen;
bij de controle als bedoeld in onderdeel a kan ook de derde worden betrokken aan wie het pgb wordt besteed. Onder de derde wordt tevens een aan die derde gelieerde (rechts)persoon verstaan;
de jeugdhulp geboden door jeugdhulpaanbieders, al dan niet steekproefsgewijs, controleren en beoordelen of wordt voldaan aan de contractuele eisen die daaraan gesteld zijn.
Voor de controle als bedoeld in het eerste lid heeft het college geen specifieke aanleiding nodig. Het college kan bij de controles een thematische aanpak hanteren.
De controles kunnen worden uitgevoerd door het college of de toezichthoudende ambtenaar als bedoeld in het derde lid.
In dit hoofdstuk van de verordening worden onder de budgethouder of de derde ook de ouder(s) van de jeugdige verstaan.