Het college weigert het pgb als:
er naar oordeel van het college sprake is van een belangenverstrengeling tussen de budgethouder en de derde aan wie de budgethouder het pgb wenst te besteden. Onder de derde wordt tevens een aan die derde gelieerde (rechts)persoon verstaan;
de budgethouder of diens vertegenwoordiger geen budgetplan indient of een bespreking van het budgetplan weigert of, na daartoe te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt. Daarbij geldt dat het college de genoemde personen eerst in de gelegenheid stelt om alsnog een budgetplan in te dienen of het verzuim te herstellen.
Het college kan het pgb weigeren als een gegrond vermoeden bestaat dat er geen of onvoldoende sprake is van gewaarborgde hulp.
HOOFDSTUK 7.
Artikel 7.5
Weigeringsgronden persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening jeugdhulp Leidschendam-Voorburg 2020