Naar analogie van artikel 8.1.2 van de wet, doet de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel wettelijke vertegenwoordiger aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten of omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij aanleiding kunnen zijn tot een heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3 van de wet.
Het college kan een besluit als bedoeld in het eerste lid herzien of intrekken als blijkt dat de jeugdige of zijn ouder(s) niet of onvoldoende heeft voldaan aan de verplichtingen genoemd in de wet of die bij of krachtens deze verordening van toepassing zijn, waaronder inbegrepen het niet nakomen van de verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit het pgb.
Het college kan een pgb-besluit herzien of intrekken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor het doel waarvoor het is verstrekt.
Het college kan een pgb-besluit herzien of intrekken als daar, met betrekking tot de derde, op grond van het bepaalde in hoofdstuk 7 van de verordening aanleiding voor is.
Het college bepaalt op welke datum de beslissing als bedoeld in het tweede lid in werking treedt en besluit tevens of wordt overgaan tot terugvordering op grond van de wet of artikel 8.3 van de verordening.
HOOFDSTUK 8.
Artikel 8.2
Herzien of intrekken van besluiten
Onderdeel van Verordening jeugdhulp Leidschendam-Voorburg 2020