De verboden bedoeld in artikel 2 gelden niet voor:
de hulpdiensten;
personen die uit hoofde van hun functie rechtstreeks betrokken zijn bij of door het bevoegde gezag uitdrukkelijk zijn belast met het ontgraven, ontmantelen, onschadelijk maken en verwijderen van de in de aanhef bedoelde V1;
door de burgemeester aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142 eerste lid onder a van het Wetboek van Strafvordering;
de door de burgemeester aangewezen toezichthouders;
door de burgemeester aangewezen personen.