Voor de afloop van de besloten vergadering van Het Debat of Het Besluit beslist de vergadering, in overeenstemming met artikel 86, lid 1 van de Gemeentewet respectievelijk artikel 25 lid 1 van de Gemeentewet, of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde, geheimhouding zal gelden. De vergadering kan besluiten de geheimhouding op te heffen.
Indien geheimhouding in overeenstemming met artikel 25 lid 2 van de Gemeentewet wordt opgelegd door het college, de burgemeester of door de vergadering van Het Debat op stukken, die aan de raad worden gestuurd, dient de raad de geheimhouding in overeenstemming met artikel 25 lid 3 van de Gemeentewet in de eerstvolgende vergadering van Het Besluit, die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden wordt bezocht, te bekrachtigen. Zonder deze bekrachtiging vervalt de opgelegde geheimhouding.
Hoofdstuk 8
Artikel 58