**1..** Aan het college en de burgemeester blijft voorbehouden de bevoegdheid die op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht uit zijn aard niet vatbaar is voor mandaat, alsmede die tot het nemen van beslissingen die zijn neergelegd in een document, gericht tot:
de raad;
de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis;
de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie, ministers en staatssecretarissen;
de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;
de vice-president van de Raad van State;
de president van de Algemene Rekenkamer;
de Nationale Ombudsman, voor zover het correspondentie betreft terzake van formele klachten;
enig bestuursorgaan van een provincie;
enig bestuursorgaan van een waterschap of een hoogheemraadschap;
**2..** Onverminderd het gestelde in het eerste lid is het mandaat niet van toepassing:
indien een collegelid verzoekt om de aangelegenheid door het college af te doen en indien de burgemeester beslist dat de aangelegenheid door hem moet worden afgedaan. Het betrokken collegelid wordt tijdig geïnformeerd over gevoelige kwesties;
indien de aangelegenheid tot negatieve berichtgeving in de media heeft geleid dan wel in verband met de aard van de aangelegenheid redelijkerwijs moet worden aangenomen dat dit zal gebeuren;
indien de aangelegenheid ingrijpende gevolgen kan hebben voor een groot aantal burgers, bedrijven, verenigingen of belangengroepen;
Artikel 4