Een belangrijk uitgangspunt van handhaving is dat de gemeente in beginsel over moet gaan tot handhaving bij overtreding van wet- en regelgeving waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is. Dit wordt de beginselplicht tot handhaving genoemd. Deze term wil zoveel zeggen, dat niet zonder goede reden van handhaving mag worden afgezien. Soms is er geen ‘rechtvaardigingsgrond’ voor een sanctie. Uit de rechtspraak volgt ook dat overwogen kan worden van handhaven af te zien als er concreet zicht op legalisatie bestaat, of wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoord te worden afgezien. Niet-handhaven omdat de prioriteit elders gelegd wordt en de capaciteit niet beschikbaar is, is vanuit de beginselplicht tot handhaving bezien, uitgesteld handhaven. Onze gemeente geeft sommige onderwerpen een lagere prioriteit, maar dat betekent niet dat van handhaving wordt afgezien. Uitgesteld handhaven onderscheidt zich van gedogen (zie verderop).
Sanctiestrategie
Als toezicht niet leidt tot naleving van de regels dan kunnen verschillende sanctie-instrumenten worden ingezet:
last onder bestuursdwang:
ongedaan maken van de overtreding door feitelijk handelen door de overheid al dan niet op kosten van de overtreder;
last onder dwangsom:
een bedrag dat de overtreder moet betalen als hij de overtreding(en) niet ongedaan maakt;
bouwstop in combinatie met last onder dwangsom:
het stilleggen van de bouw als zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning wordt gebouwd;
in ernstige gevallen: het (tijdelijk) sluiten van een bedrijf of intrekken van de vergunning als sanctie;
strafrechtelijke instrumenten (door Boa’s, of in samenwerking met politie en OM).
De sanctiestrategie heeft betrekking op de toepassing van bestuurlijke maatregelen en bestaat uit drie stappen:
Stap 1:
Bij constatering van de overtreding informeren we de betrokkene schriftelijk en krijgt de betrokkene een termijn om de overtreding te herstellen. Er wordt gewaarschuwd voor verdere maatregelen;
Stap 2:
Als bij hercontrole blijkt dat de overtreding niet (of niet geheel) ongedaan is gemaakt, volgt een brief waarin we het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke maatregel aankondigen. Betrokkene krijgt de gelegenheid hierop (binnen een te stellen termijn) een zienswijze in te dienen;
Stap 3:
Als na beoordeling van de zienswijze niet wordt afgezien van handhaving en de overtreding voortduurt, wordt het besluit genomen tot het opleggen van een bestuursrechtelijke maatregel (meestal een last onder dwangsom).
Uitgangspunt is dat verbeurde dwangsommen ook worden ingevorderd.
Wanneer sprake is van acuut gevaar of dreigende onherstelbare schade kan sneller optreden noodzakelijk zijn. Stap 1 of de eerste twee stappen kunnen dan worden overgeslagen. Ook bij herhaald overtreden kan sneller tot het treffen van bestuursrechtelijke maatregelen worden overgegaan.
Hoogte dwangsom en begunstigingstermijnen
De hoogte van de dwangsom moet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van de overtreding ('de geschonden belangen'). Ook willen wij dat de dwangsom de juiste werking heeft. De dwangsom per tijdseenheid of per overtreding moet dus in redelijke verhouding staan tot de ernst van de overtreding. De op te leggen sanctie wordt per situatie bepaald. Dit geldt ook voor het bedrag dat aan de sanctie wordt gekoppeld en voor de begunstigingstermijn.
Als uitgangspunt hanteren we de meest recente versie van de 'Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen', opgesteld door Infomil. Deze leidraad is afgestemd op de uitgangspunten van de Landelijke handhavingsstructuur (zie verderop in deze paragraaf).
In bijlage 6 hebben we de Leidraad met toelichting opgenomen (versie 2018-10), aangevuld met een aantal categorieën die ontbreken in de Infomil lijst, maar waaraan wij wel behoefte hebben. Het gaat daarbij o.a. om brandveiligheid, slopen, kap, aanleg en bestemmingsplan.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.4