Naar hoofdinhoud
1.. De in artikel 3 bedoelde grafbedekking, afsluitplaten of beplantingen worden geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker te zijn aangebracht. Schade als gevolg van brand, vorst, storm, wateroverlast, bliksem, ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een grafbedekking ten behoeve van een bijzetting, alsmede eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening van de rechthebbende. 2.. De rechthebbende is verplicht de – door welke omstandigheden ook – aan een grafbedekking of beplanting toegebrachte schade op eerste aanschrijven te herstellen, dit indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijke aanzien van de begraafplaatsen schaadt. 3.. Indien door een ondeugdelijk geworden constructie een situatie is ontstaan die gevaar oplevert door het mogelijk omvallen of inzakken van een grafmonument, tombe of grafkelder, kan het college direct maatregelen treffen. 4.. Indien binnen twee maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de grafbedekking of beplanting over te gaan, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet aansprakelijk kan worden gesteld, onverlet het recht van het college tot herstel of vernieuwing op kosten van de rechthebbende over te gaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel