Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Aanvulling levensonderhoud jongeren 18 tot en met 20 jaar

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2020 Middelburg

1. Een jongere van 18, 19 of 20 jaar heeft alleen recht op bijzondere bijstand voor zover de bestaanskosten uitgaan boven de bijstandsnorm en voor deze kosten geen beroep kan worden gedaan op de ouders, omdat de middelen van de ouders niet toereikend zijn of de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken. 2. Van redelijkerwijs zoals vermeld in lid 1 is sprake indien: a. De ouder of ouders zijn overleden of in het buitenland wonen; b. De jongere buiten het gezinsverband van de ouder of ouders is geplaatst; c. De jongere op de ingangsdatum van de bijstandsverlening 12 maanden of langer zelfstandig woont en in die periode zelfstandig in het levensonderhoud heeft voorzien (niet zijnde Wet Studiefinanciering); d. De ouders van de jongere eveneens zijn aangewezen op een inkomen op bijstandsniveau; e. Er sprake is van een acute crisissituatie, waarin door de jongere zelf geen verandering kan worden gebracht. Hiertoe dient een indicatie te worden gegeven door een hulpverlenende instantie. 3. De algemene bijstand voor een alleenstaande van 18 tot 21 jaar wordt aangevuld tot het normbedrag voor een uitwonende student in het beroepsonderwijs zoals bedoeld in artikel 3.18 van de Wet Studiefinanciering 2000. 4. De algemene bijstand voor een alleenstaande ouder van 18 tot 21 jaar wordt aangevuld tot de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 21 van de Participatiewet. 5. De algemene bijstand voor gehuwden, beide partners jonger dan 21 jaar, en geen ten laste komende kinderen hebben, wordt aangevuld tot de norm gehuwden waarvan één van de partners 21 jaar of ouder is (artikel 20, lid 1 onder c). 6. De algemene bijstand voor gehuwden, beide partners jonger dan 21 jaar, en ten laste komende kinderen hebben, wordt aangevuld tot de norm gehuwden met ten laste komende kinderen en waarvan één van de partners 21 jaar of ouder is (artikel 20, lid 2 onder c). 7. De algemene bijstand voor gehuwden, een partner jonger dan 21 jaar en de andere partner 21 jaar of ouder en geen ten laste komende kinderen hebben, wordt aangevuld tot de norm gehuwden waarvan beide partners niet de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt (artikel 21, onder b). 8. De algemene bijstand voor gehuwden, een partner jonger dan 21 jaar en de andere partner 21 jaar of ouder en ten laste komende kinderen hebben, wordt aangevuld tot de norm gehuwden waarvan beide partners niet de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt (artikel 21, onder b). 9. Als een jongere van 18, 19 of 20 jaar in een inrichting verblijft en geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat de middelen van de ouders niet toereikend zijn of de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken, dan bedraagt de hoogte van de bijzondere bijstand het bedrag van de norm uit artikel 20 lid 1 onder a van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel