Voor het bepalen van de vermogensgrens bij bijzondere bijstand is de vermogensvrijlating in artikel 34, lid 3 van de wet van toepassing. Het meerdere wordt volledig meegenomen als draagkracht.
1. Voor individuele bijzondere kosten is de toegang gesteld op een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm. Het meerdere boven de 130% dient als draagkracht te worden aangemerkt.
2. In afwijking van het eerste lid is de toegang voor woonkosten gesteld op een inkomen tot 100% van de bijstandsnorm.