** 1. .** Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.
** 2. .** Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt.
** 3. .** De bij verordening aangewezen voorziening is:
de algemene voorziening Hulp bij het huishouden. Hiertoe behoort ook de tijdelijke regeling HHT.
** 4. .** De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of een persoonsgebonden budget en voor de in het vorige lid aangewezen algemene voorziening, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
** 5. .** In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet bedraagt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor collectief vervoer € 0,82 per zone. Per rit geldt een instap-tarief ter hoogte van de kosten van één zone. Na de vijfde zone geldt een tarief van maximaal € 11,56 per zone. Voor een meereizende reisgenoot (zonder vervoerspas) geldt een tarief van € 2,37 per zone. Deze tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.
** 6. .** De kostprijs van:
een maatwerkvoorziening of een bij verordening aangewezen algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie op de markt of na overleg met de aanbieder;
maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen);
persoonsgebonden budget is gelijk aan de hoogte van het persoonsgebonden budget.
** 7. .** De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
Hoofdstuk 6:
Artikel 17
Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of persoonsgebonden budget en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen als bedoeld in artikel 2.1.4, derde lid, van de wet
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Landgraaf 2020