** 1. .** De hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt ingediende gemotiveerde aanvraag, waarin in ieder geval uiteen is gezet:
welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en
indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk of mensen die niet als zelfstandig ondernemer bij de Kamer van Koophandel geregistreerd zijn.
** 2. .** Bij de vaststelling van de omvang van het persoonsgebonden budget wordt onderscheid gemaakt tussen:
het persoonsgebonden budget voor voorzieningen, waaronder hulpmiddelen, woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen, rolstoelen en een autoaanpassing;
het persoonsgebonden budget voor diensten, waaronder hulp bij het huishouden, begeleiding en persoonlijke verzorging.
** 3. .** De hoogte van een persoonsgebonden budget voor voorzieningen wordt, met inachtneming van het bepaalde in de leden 5, 6 en 7, vastgesteld op basis van de kostprijs van de voorziening die de cliënt zou hebben ontvangen als de voorziening in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten.
** 4. .** De hoogte van een persoonsgebonden budget voor diensten wordt, met inachtneming van het bepaalde in de leden 5, 6 en 7, als volgt vastgesteld:
hulp bij het huishouden:
een bedrag per uur voor hulp bij het huishouden, indien de zorg wordt geleverd door niet-professionele hulp op basis van de volgende componenten:
de kosten van de zorgverlener (conform CAO VVT salarisschaal HbH periodiek 5);
vakantiegeld (8 %);
eindejaarsuitkering (8,33 %);
vakantiedagen (conform CAO VVT);
indirecte tijd als gevolg van scholing en overleg (conform CAO VVT);
reis- en opleidingskosten (2 %).
een bedrag per uur voor hulp bij het huishouden, indien de zorg wordt geleverd door professionele hulp op basis van de volgende componenten:
de kosten van de beroepskracht (conform CAO VVT salarisschaal HbH periodiek 5);
vakantiegeld (8 %);
eindejaarsuitkering (8,33 %);
vakantiedagen (conform CAO VVT);
indirecte tijd als gevolg van scholing en overleg (conform CAO VVT);
reis- en opleidingskosten (2 %);
werkgeverslasten (25,9 %).
persoonlijke begeleiding:
een bedrag per uur voor persoonlijke begeleiding / persoonlijke verzorging basis, indien uitgevoerd door niet-professionele hulp, op basis van de volgende componenten:
de kosten van de zorgverlener (Conform CAO GHZ FWG40, 90% van het maximum van de schaal);
vakantiegeld (8 %);
eindejaarsuitkering (8,33 %);
vakantiedagen (conform CAO GHZ);
indirecte tijd als gevolg van scholing en overleg (conform CAO GHZ);
reis- en opleidingskosten (2 %).
een bedrag per uur voor persoonlijke begeleiding / persoonlijke verzorging basis, indien uitgevoerd door professionele hulp, op basis van de volgende componenten:
de kosten van de beroepskracht (conform CAO GHZ FWG 40, 90% van het maximum van de schaal);
vakantiegeld (8 %);
eindejaarsuitkering (8,33 %);
vakantiedagen (conform CAO GHZ);
indirecte tijd als gevolg van scholing en overleg (conform CAO GHZ);
reis- en opleidingskosten (2 %);
werkgeverslasten (27,35 %).
de kosten van de beroepskracht (conform CAO Gehandicaptenzorg FWG 45, 90% van het maximum van de schaal);
een bedrag per uur voor persoonlijke begeleiding/ persoonlijke verzorging plus, indien uitgevoerd door professionele hulp, op basis van de volgende componenten:
vakantiegeld (8 %);
eindejaarsuitkering (8,33 %);
vakantiedagen (conform CAO GHZ);
indirecte tijd als gevolg van scholing en overleg (conform CAO GHZ);
reis- en opleidingskosten (2 %);
werkgeverslasten (27,75 %).
dagbesteding en groepsbegeleiding:
een bedrag per uur, twee uur, drie uur of vier uur, voor dagbesteding en groepsbegeleiding, indien uitgevoerd door professionele hulp, op basis van de volgende componenten:
de kosten van de beroepskracht (conform CAO GHZ gemiddelden van de salarisschalen 30 tot en met 45);
vakantiegeld (8 %);
eindejaarsuitkering (8,33 %);
vakantiedagen (conform CAO GHZ);
indirecte tijd als gevolg van scholing en overleg (conform CAO GHZ);
reis- en opleidingskosten (2 %);
werkgeverslasten (27,3 %).
kortdurend verblijf- en respijtzorg:
een vergoeding (of financiële tegemoetkoming) van € 141,- per kalendermaand voor kortdurend verblijf / respijtzorg indien de ondersteuning wordt geboden door niet-professionele hulp.
een bedrag per etmaal voor kortdurend verblijf / respijtzorg, indien uitgevoerd door professionele hulp op basis van de volgende componenten:
de kosten van de beroepskracht (conform CAO GHZ gemiddelden van de salarisschalen 30 tot en met 45);
vakantiegeld (8 %);
eindejaarsuitkering (8,33 %);
onregelmatigheidstoeslag (12,3 %);
vakantiedagen (conform CAO GHZ);
indirecte tijd als gevolg van scholing en overleg (conform CAO GHZ)
reis- en opleidingskosten (2 %);
werkgeverslasten (27,74 %).
vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren.
**5. .** Voor zover de hoogte van het persoonsgebonden budget, berekend op grond van het derde en vierde lid, niet toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en cliëntgerichte diensten en voorzieningen van derden te betrekken, wordt de hoogte van het persoonsgebonden budget zodanig vastgesteld dat deze/dit wel toereikend is.
**6. .** Indien het tarief voor een persoonsgebonden budget dat aan niet-professionele hulp wordt besteed, het maximumtarief van de Wlz overstijgt, wordt het maximumtarief voor het sociale netwerk uit de Wlz toegepast.
** 7..** De hoogte van het persoonsgebonden budget, berekend op grond van het derde en vierde lid, kan niet meer bedragen dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura.
**8. .** Bij de vaststelling van de hoogte van een persoonsgebonden budget voor het betrekken van diensten van niet-professionele hulp, wordt geen rekening gehouden met kosten van tussenpersonen of belangenbehartigers.
**9. .** De hoogte van een persoonsgebonden budget ten behoeve van opvang en beschermd wonen wordt vastgesteld aan de hand van de onderdelen waaruit de zorg bestaat en de bedragen die daarvoor gelden op grond van de vigerende verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Heerlen.
Hoofdstuk 5:
Artikel 13
Regels voor een persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Landgraaf 2020