Naar hoofdinhoud
Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien: verzoeker niet langer voldoet aan het bepaalde in artikel 5 van deze beleidsregels; het schuldregelingstraject succesvol is afgerond; verzoeker zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken ter delging van zijn schulden; op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan verzoeker is toegekend, terwijl, indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen; verzoeker zich misdraagt ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldregelingstraject; verzoeker in staat is zelf zijn schulden te regelen, dan wel in staat is de schulden zelfstandig af te lossen; de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker, niet (langer) passend is; De aanvrager niet over een inkomen beschikt; De schulden zijn ontstaan omdat de verzoeker niet ter goeder trouw is geweest; niet alle schuldeisers hun medewerking verlenen aan het schuldregelingstraject.

Rechtspraak bij dit artikel