In 2015 heeft de overheveling van de jeugdhulp naar gemeenten plaatsgevonden. De Jeugdwet vervangt de Wet op de jeugdzorg die tot 1 januari 2015 geldig was, en de verschillende onderdelen van de jeugdhulp die tot dan toe onder de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten vielen. Ook de jeugdbescherming en de jeugdreclassering maken onderdeel uit van de Jeugdwet.
Met de overgang van de jeugdhulp zijn gemeenten verantwoordelijk voor preventie en jeugdhulp. Kinderen, jeugdigen en hun ouders die advies, ondersteuning, begeleiding, persoonlijke verzorging en/of behandeling nodig hebben, moeten kunnen rekenen op een kwalitatief en kwantitatief toereikend preventie- en jeugdhulpaanbod. De overheveling van de jeugdhulp is verankerd in de Jeugdwet die sinds 1 januari 2015 van kracht is. In deze wet zijn verschillende taken en verantwoordelijkheden opgenomen waaraan gemeenten moeten voldoen. Zo is het de gemeentelijke verantwoordelijkheid om de toegang en toeleiding tot jeugdhulp te regelen. Vanuit de Jeugdwet moeten gemeenten zorgen voor een laagdrempelige, herkenbare, integrale toegang voor jeugd. Een toegang waar signalen, (algemene) vragen en verzoeken om hulp snel worden geboden of wordt doorverwezen. Zowel mandaat als doorverwijzing zijn per 1 juli 2017 geregeld in de “Inhoudelijke opdracht Stichting De Toegang – Uitvoering van toegangstaken Jeugdhulp gemeente Emmen”.
Voor de uitvoering van alle taken die onder de Jeugdwet vallen stelt de raad van de gemeente Emmen een verordening en een beleidsplan vast. Dit zijn respectievelijk de “Verordening jeugdhulp gemeente Emmen 2020” en het beleidsplan “Samen verder in het sociaal domein 2017 – 2021”. Daarnaast worden door de gemeente beleidsregels voor de dagelijkse uitvoeringspraktijk vastgesteld. Deze beleidsregels bieden een afwegingskader ten aanzien van elke jeugdhulpvraag.
De gemeente moet het beleid richten op:
het probleemoplossend vermogen versterken van inwoners; kinderen en jongeren, hun ouders en hun sociale omgeving;
het bevorderen van de opvoedcapaciteiten van de ouders en de sociale omgeving;
preventie en vroegsignalering;
het tijdig bieden van de juiste hulp-op-maat;
effectieve en efficiënte samenwerking rond gezinnen (1 gezin, 1 plan, 1 regisseur).
In de Jeugdwet is de verantwoordelijkheid van de gemeenten uitgebreid met:
de provinciale (geïndiceerde) jeugdzorg;
de gesloten jeugdzorg, geestelijke gezondheidzorg voor kinderen en jongeren (jeugd-ggz);
zorg voor jeugd met een lichte verstandelijke beperking (jeugd-lvb);
ggz in het kader van het jeugdstrafrecht (forensische zorg), jeugdbescherming en jeugdreclassering.
De verantwoordelijkheid van de gemeenten bestaat onder meer uit:
het versterken van het opvoedkundig klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderopvang;
het voorzien in een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugdhulp;
het adviseren over en het bepalen en inzetten van de aangewezen vorm van jeugdhulp;
het adviseren van professionals met zorgen over een kind;
het adviseren van kinderen en jongeren met vragen en problemen;
het doen van een verzoek tot onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming als een kinderbeschermingsmaatregel nodig is;
het compenseren van beperkingen in de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie van kinderen en jongeren;
het voorzien in een toereikend aanbod van gecertificeerde instellingen;
het voorzien in maatregelen om kindermishandeling te voorkomen.1.3 Verordening Sociaal Domein
Op grond van artikel 2.9 van de Jeugdwet legt de gemeente in de Verordening jeugdhulp gemeente Emmen 2020 regels vast voor de uitvoering van de te verrichten handelingen en te nemen besluiten.