Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11.

Artikel 11.1.2

Zorgplicht scholen

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Emmen 2020

Scholen voor primair en voortgezet onderwijs hebben een zorgplicht. Dit betekent dat de school verplicht is om kinderen die extra ondersteuning nodig hebben een zo goed mogelijke plek (passend) in het onderwijs aan te bieden. Om de zorgplicht waar te kunnen maken werken scholen en schoolbesturen samen in regionale samenwerkingsverbanden. Voor primair onderwijs is dit het ‘PO-22-02’: Borger-Odoorn en Emmen, voor het voortgezet onderwijs het ‘VO-22-02’: Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen en Vlagtwedde. Het principe is dat binnen het samenwerkingsverband betere samenwerking tussen scholen mogelijk is: zo kunnen scholen zich specialiseren en onderlinge afspraken maken welke school een kind het beste onderwijs kan geven (waaronder speciaal onderwijs). Daardoor ontstaat een samenhangend geheel van voorzieningen voor extra ondersteuning op de scholen binnen het samenwerkingsverband. Niet elke school hoeft zorgleerlingen op te vangen. Maar binnen het samenwerkingsverband moet er wel een passende plek te vinden zijn op een andere school. De zorgplicht is niet van toepassing op leerlingen die alleen een taalachterstand hebben en extra ondersteuning nodig hebben om die achterstand in te lopen. Voor de bestrijding van achterstanden zijn middelen beschikbaar bij de scholen en bij de gemeenten, bijvoorbeeld vroeg- en voorschoolse educatie (VVE, vanuit onderwijsachterstandenbeleid). Als een leerling niet in staat kan worden geacht het onderwijs te volgen van de school waarvoor de leerling zich wil aanmelden, geldt de zorgplicht niet. De zorgplicht geldt eveneens niet bij aanmelding bij een instelling voor speciaal (voortgezet) onderwijs van cluster 1 of 2 (zie artikel 2, lid 4, Wet op de expertisecentra). Deze instellingen maken geen deel uit van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Wanneer een leerling echter achterblijft en niet presteert zoals deze redelijkerwijs zou (moeten) kunnen, dan zal de onderwijsinstelling dit tijdig moeten onderkennen en in het kader van hetgeen in redelijkheid van haar mag worden verwacht, passende en concrete maatregelen moeten voorstellen en/of nemen, toegespitst op de specifieke situatie van de individuele leerling. Bij twijfel of de zorg geleverd moet worden door het (passend) onderwijs en/of de jeugdwet is een OPP (ondersteuningsperspectiefplan) een minimale onderlegger, die meegegeven kan worden aan ouders. Op deze manier kan er vanuit school ook actief contact gezocht worden met de (mogelijke) verwijzer om het overleg vanuit beide kanten (school – verwijzer | verwijzer – school) te stimuleren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel