Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.10

Aanvraag

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Emmen 2020

Als de inwoner het verslag ondertekent en voorziet van een dagtekening, kan het verslag werken als aanvraag voor jeugdhulp. De gemeente verstrekt geen apart aanvraagformulier. De datum waarop de aanvraag is ingediend geldt als aanvraagdatum. De inwoner kan worden gevraagd de aanvraag aan te vullen. Wanneer de gemeente een aanvraag ontvangt die door een ander bestuursorgaan behandeld moet worden, heeft de gemeente doorzendplicht, gelet op artikel 2:3 Awb. Wanneer de medewerker van De Toegang voornemens is hulp-op-maat te adviseren, kan de medewerker van De Toegang als het nodig is deskundigheid inroepen. Het inroepen van deskundigheid kan bestaan uit het consulteren van een deskundige en/of het organiseren van een of meerdere gesprekken van en/of met de deskundige samen met de jeugdige of zijn ouders. Wanneer de medewerker van De Toegang besluiten overweegt die betrekking hebben op de veiligheid van een kind is de medewerker van Stichting de Toegang verplicht om een gedragswetenschapper te betrekken en dit te vast te leggen. Het betreft in ieder geval besluiten om: wel of niet actie te ondernemen naar aanleiding van een signaal over een bedreiging van de veiligheid van een derde over een kind of van een signaal van het kind zelf; wel of niet professionele interventie(s) in te zetten om de bedreiging van de veiligheid van het kind op te heffen; wel of niet een maatregel van kinderbescherming te verzoeken om de bedreiging af te wenden c.q. de noodzakelijke hulp te kunnen bieden; wel of niet een (machtiging) uithuisplaatsing aan te vragen; wel of niet een uithuisgeplaatst kind terug naar huis te laten gaan, en; wel of niet de bemoeienis met kind en gezin te beëindigen. De mogelijkheid bestaat dat de inwoner een andere voorziening aanvraagt, dan naar het oordeel van de medewerker van De Toegang aangewezen of toereikend is. Het aanvraagformulier is dan een advies van de medewerker van De Toegang aan de gemeente welk besluit te nemen. Wanneer de aanvrager het niet eens is met het oordeel van de medewerker van De Toegang en dit als zodanig gemotiveerd aangeeft op het aanvraagformulier, dwingt dit de gemeente (dan wel de door de door de gemeente gemandateerde functionaris) hiermee zorgvuldig om te gaan en haar besluit op de aanvraag goed te motiveren. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat, ondanks een oordeel van de medewerker van De Toegang dat een andere of overige voorziening toereikend is, naar de mening van de aanvrager toch hulp-op-maat noodzakelijk is. Of dat een naar het oordeel van de medewerker van De Toegang afwijkende interventie aangewezen zou zijn. Deze overwegingen kunnen dan al bij de voorbereiding van het (primaire) besluit worden betrokken, zodat de inwoner niet automatisch gedwongen wordt als het ware, tot het voeren van een bezwaarprocedure wanneer hij het niet eens is met het oordeel van de medewerker van De Toegang. Wanneer op basis van een brede integrale analyse de conclusie wordt getrokken dat een overige voorziening niet volstaat dan wordt de hulpvraag (indien nodig met toestemming van de ouders) aangemeld voor een casusoverleg binnen het deskundigenteam van De Toegang, de regiegroep of bij een expertteam, zoals bijvoorbeeld: MDA++7Een MDA++ team bestaat uit specialisten in de aanpak van kindermishandeling, huiselijk en/of seksueel geweld. Deze specialisten zijn afkomstig uit de psychosociale, medische en justitiële sector. MDA++ is naast multidisciplinair, ook intersectoraal (1e +) en specialistisch (2e +). Movisie. “Multidisciplinaire aanpak MDA++,” geraadpleegd 8 november 2019 via https://gemeenten.movisie.nl/doel/huiselijk-geweld-en-kindermishandeling-aanpakken/beleid/multidisciplinaire-aanpak-mda., PRACHT 8De PRACHT-werkgroep, een regionaal samenwerkingsverband tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders in Drenthe, richt zich op het bieden van kwalitatief goede zorg voor jeugdigen met complexe problematiek. PRACHT staat hierin voor Project Reductie niveau-8. In Drenthe hanteert men namelijk interventieniveaus van jeugdhulp, waarbij niveau 1 tot 3 preventie- en lichte opvoedhulp (bv. schoolmaatschappelijk werk) betreft en niveau 4 t/m 8 staat voor intensieve, specialistische jeugdhulp. Niveau 8 gaat over ‘Verblijf met bed’. VNG. “PRACHT Drenthe: een oplossingsverplichting voor elke casus,” geraadpleegd 8 november 2019 via https://vng.nl/onderwerpenindex/jeugd/zorglandschap-jeugdhulp/pracht-drenthe-een-oplossingsverplichting-voor-elke-casus., of beschermtafel. Het deskundigenteam, de regiegroep en/of een expertteam bespreekt de hulpvraag en komt, in afstemming met de ouders, met een hulpverleningsvoorstel. Dit hulpverleningsvoorstel wordt vervolgens in een beschikking vastgelegd. Tenminste een gedragswetenschapper wordt betrokken bij de besluitvorming die betrekking hebben op de veiligheid van het kind. Uiteraard dienen dergelijke besluiten goed gedocumenteerd te worden. Niet alleen het besluit maar ook de overwegingen die tot het besluit geleid hebben, de datum en de namen van de betrokken deskundigen moeten vastgelegd worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel