De beschermtafel wordt ingezet als er zorgen zijn over het gezin (of de ontwikkeling van de kinderen), en deze zorgen zijn besproken, maar het nog niet gelukt is deze zorgen weg te nemen. De medewerker van de Toegang kan dan aanmelding bij de beschermingstafel overwegen.
De beschermingstafel wordt voorgezeten door een voorzitter van de gemeente. Aan de beschermingstafel nemen verder diverse organisaties deel om tijdens een bijeenkomst samen met de ouders en het gezin de situatie te bespreken. Aanwezig zijn de melder/verzoeker, ouders en een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming. Wat gaat er goed, waar zijn zorgen over en wat is er volgens de ouders en het gezin nodig om de situatie te verbeteren? Wat is volgens de medewerker van De Toegang het standpunt? De andere aanwezigen stellen vragen om de situatie, de mogelijkheden en de risico’s zo goed mogelijk in beeld te krijgen. De Beschermingstafel zal op basis van dit gesprek een beslissing nemen over het vervolg. Het is een grote stap, die spanning met zich mee brengt, omdat de besluiten van de beschermingstafel belangrijke consequenties kunnen hebben. De doelstelling van de beschermtafel is dat de Raad voor de Kinderbescherming op basis van het verzoek (tot onderzoek) van de melder/verzoeker aan het einde van het tafelgesprek een advies kan uitbrengen over het al dan niet instellen van een onderzoek naar een kinderbeschermingsmaatregel.
De bijeenkomst duurt ongeveer 60 minuten tot een uur. Beide ouders zijn aanwezig en eventueel de kinderen als ze ouder zijn dan 12 jaar. Ook mag iemand uit de omgeving, een vriend of familielid, worden meegenomen ter ondersteuning.
De vaste deelnemers zijn:
de melder/verzoeker;
de medewerker van De Toegang;
de Raad voor de Kinderbescherming;
de voorzitter.
de notulist
De Beschermingstafel zal op basis van dit gesprek een beslissing nemen.
Beslissingen die de beschermtafel kan nemen. Er zijn drie mogelijkheden.
Er is vertrouwen dat het gezin meewerkt aan verbetering van de situatie door duidelijke afspraken te maken. De vrijwillige hulp wordt voortgezet.
Een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming wordt uitgesteld. Er wordt een (veiligheids)plan gemaakt met afspraken waaraan het gezin en de hulpverlening zich moeten houden. Wanneer binnen een periode van (maximaal) zes maanden de afspraken onvoldoende resultaat hebben, zal er alsnog een onderzoek starten.
De Raad voor de Kinderbescherming start een onderzoek en bekijkt of er een kinderbeschermingsmaatregel nodig is. De kinderrechter doet hierover uitspraak.
Over de kinderbeschermingsmaatregel.
De meest voorkomende kinderbeschermingsmaatregel is een ‘ondertoezichtstelling (OTS)’. De ouder(s) krijgt dan verplicht hulp en ondersteuning bij de opvoeding door een organisatie voor jeugdbescherming (de William Schrikker Groep, Jeugdbescherming Noord, de afdeling Jeugdbescherming van het Leger des Heils, of Nidos). Er wordt een gezinsvoogd toegewezen. Deze persoon wordt toegevoegd aan het gezag van het kind. Dit betekent dat de ouder(s) niet meer alleen beslissingen mag nemen en zijn of haar aanwijzingen moet opvolgen. Ook bestaat er een gezagsbeëindigende maatregel, waarbij de ouder(s) het gezag over het kind verliest en men helemaal geen beslissingen meer kan nemen voor of over het kind. Dan wordt er een voogd aangesteld. Op dezelfde wijze kan ook een zogenoemde ‘afschaaltafel’ worden ingezet. Afschaaltafels kunnen van betekenis zijn als de GI weet dat de maatregel wordt beëindigd maar er vermoeden bestaat dat de jeugdige op het gezin in de (nabije) toekomst opnieuw een beroep zal doen op ondersteuning. Om dit goed te begeleiden is een afschaaltafel gewenst, zodat er warm wordt overgedragen naar De Toegang.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.15.2
Beschermtafels
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Emmen 2020