Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.3.8

Demedicalisering

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Emmen 2020

Gewone, alledaagse opgroei- en opvoedproblemen worden in toenemende mate gelabeld als iets waarbij professionele hulp is aangewezen. Mede daarom stijgt het beslag op de jeugdzorg. Ter illustratie: veel kinderen krijgen, vergeleken met vroeger, een diagnose en de daarbij behorende therapie, terwijl het de vraag is of de problematiek werkelijk zo ernstig is. 16Tweede Kamer der Staten-Generaal. “Parlementaire Werkgroep Toekomstverkenning, Jeugdzorg, Jeugdzorg dichterbij (Kamerstukken II 2009/10, 32 296, nr. 7),” 19 mei 2010. Geraadpleegd 6 december 2019 via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32296-8.html. Daarnaast lijkt de wijze van indicatiestellen vooral ontleend te zijn aan het lineaire medische model, waarbij een gebrek verholpen kan worden op basis van een eenmalige diagnose. 17BMC. “Evaluatieonderzoek Wet op de jeugdzorg. Eindrapport,” oktober 2009. Geraadpleegd 6 december 2019 via https://www.nji.nl/nl/Download-NJi/Jeugdzorg_Evaluatieonderzoek_Wet_091103.pdf. De wetgever concludeert dat afwijkend gedrag onnodig gemedicaliseerd wordt. Doelen die de wet daarom beoogd zijn onder meer: demedicaliseren, ontzorgen en normaliseren. Dit vraagt een cultuuromslag: ander gedrag van professionals en burgers, een andere cultuur bij instellingen en professionals en andere werkwijzen. 18Rijksoverheid. “Memorie van toelichting bij de Jeugdwet:” 2, 16. De observatie is dat verwachtingen kunnen kelderen als van een kind bekend is dat het een diagnose heeft. 19Terence, R. Mitchell, Denise Daniels. "Motivation," in Handbook of Psychology volume 12, ed. Walter C. Borman, et al. (Hoboken: John Wiley & Sons, Inc., 2003), 229. En dat een diagnose profijt kan opleveren, in die zin dat anderen baat kunnen hebben bij een diagnose, 20Rooijmans, H.G.M. “Onbegrepen lichamelijke klachten en conversie,” Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde 130 (1986): 2178. of er een voordeel in zien. 21Wienen, A. W. Inclusive education: from individual to context. (Groningen: Rijksuniversiteit Groningen, 2019), 94. Ook de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS) stelt dit medische perspectief ter discussie. Een medisch perspectief heeft voordelen: er is sprake van een diagnose en de belofte van een behandeling. En niet zelden kan daarbij extra hulp en ondersteuning worden ingeschakeld. 22Raad voor Volkesgezondheid en Samenleving. “Recept voor maatschappelijk probleem. Medicalisering van levensfasen,” maart 2017, 9-10. Geraadpleegd 11 december 2019 via https://www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2017/04/04/recept-voor-maatschappelijk-probleem. De RVS onderscheidt verschillende factoren die een rol spelen bij de tendens om gedrag dat past in een bepaalde levensfase te medicaliseren. De samenleving heeft onrealistische verwachtingen en idealen: ‘mensen kunnen hun hele leven gelijkmatig functioneren’, ‘het leven is maakbaar’, ‘perfectie is mogelijk op alle fronten’, en dan is het ook nog ‘vanzelfsprekend om constant te genieten’. Wanneer deze verwachtingen tot knelpunten leiden, wordt de oorzaak bij het individu gezocht. Daarnaast dragen factoren in het zorgdomein bij aan medicalisering: de productieprikkels in het zorgstelsel die aanzetten tot behandelen en de actiemodus van zorgprofessionals. De RVS signaleert dat van mensen regelmatig andere zaken worden verwacht dan passend is op grond van de levensfase die ze op dat moment doormaken. De gangbare reactie hierop is om te proberen door middel van (medische) zorg het functioneren aan te passen aan de verwachtingen. Het uitgangspunt dat er altijd een medische oplossing voorhanden is, is echter een illusie volgens de RVS. 23Raad voor Volkesgezondheid en Samenleving. “Recept voor maatschappelijk probleem. Medicalisering van levensfasen,” 9. De regel bij de beoordeling van hulpvragen is daarom dat wanneer er in een situatie sprake is of zou kunnen zijn van een diagnose, of in de advisering een beroep gedaan wordt op een diagnose, er in het advies (tenminste) twee verklaringsmodellen in kaart worden gebracht en worden betrokken bij de conclusie over de in te zetten hulp. Hiervan is er in ieder geval één niet medisch (de diagnostiek is tussen haakjes geplaatst als het ware, dat wil zeggen: de diagnostiek is niet meegenomen in het verklaringsmodel). Bijvoorbeeld: hoe staat het met de voeding van het kind, of is er sprake van structurele onveiligheid of armoede in de opgroeisituatie? Het tweede, niet-medische, model is (dus) gericht op integraliteit, normaliseren en is een model dat er vanuit gaat dat de beste preventie van jeugdhulp is gericht op het investeren in de beschermende factoren van de jeugdige, het gezin, de school en de omgeving; kansen, erkenning, waardering, steun van belangrijke volwassenen, constructieve tijdsbesteding, competenties (sociaal, emotioneel en gedrag), cognitieve vaardigheden, positieve identiteit, sociale binding. Er wordt dus wat betreft het in kaart brengen van de twee verklaringsmodellen onderscheid gemaakt tussen het biomedisch en het pedagogisch perspectief.

Rechtspraak bij dit artikel