Als er sprake is van ondersteuning door een persoon die behoort tot het sociaal netwerk en die persoon is tevens de vertegenwoordiger van de cliënt bij het uitoefenen van de aan een PGB verbonden taken, zal nadrukkelijk worden onderzocht of er geen sprake is van belangenverstrengeling.
De gemeente staat het niet toe dat de jeugdhulpaanbieder (anders dan de aanbieder van gesloten jeugdhulp; zie artikel 8.1.1.2. van de wet) het PGB beheert, of dat er sprake is van een zakelijke relatie tussen PGB-beheerder en jeugdhulpaanbieder, dan wel anderszins sprake is van mogelijke belangenverstrengeling De PGB-beheerder moet op een neutrale manier toezicht kunnen houden op de levering van de met het PGB ingekochte diensten. (Het gaat hierbij overigens niet om het kunnen beheren van het budget zelf. Dat gebeurt door de Sociale verzekeringsbank, SVB.)
Degene aan wie het PGB is toegekend, blijft verantwoordelijk voor het budget en de besteding daarvan. Mocht er budget teruggevorderd worden, dan wordt dit teruggevorderd van de budgethouder en niet van de derde die het PGB beheert (dat wil zeggen: de naaste, de bewindvoerder, de curator, de GI, etc.). Wel kan de gemeente het PGB terugvorderen van de jeugdhulpaanbieder, nadat de vordering middels cessie is overgenomen van de budgethouder, wanneer de budgethouder ‘te goeder trouw’ is en te maken heeft met een zorgverlener die fraude heeft gepleegd.
Het PGB is geen inkomensondersteuning, maar wordt ingezet in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de inwoner ontoereikend zijn. Dit sluit niet uit dat het soms in het belang is van de inwoner een PGB te verstrekken, of om een andere reden te kiezen voor een verstrekking in PGB.