Ten aanzien van jeugdhulpverlening aan vreemdelingen gelden een aantal wettelijke restricties:
Conform artikel 1.2.1 van het Besluit Jeugdwet mag de jeugdhulp alleen worden geboden aan minderjarigen. Ouders zonder geldige verblijfstitel zijn dus uitgesloten van de aanspraak op jeugdhulp.
Concreet betekent dit dat ouders geen recht hebben op bijvoorbeeld opvoedingsondersteuning. Dat kan tot onwerkbare en zeer onwenselijke situaties leiden. Het is immers vaak van cruciaal belang dat de ouders worden betrokken in het hulptraject dat is ingezet voor het kind. Daarbij is het uitsluiten van de ouders zonder geldige verblijfstitel in strijd met het Internationaal Inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Daarin is vastgelegd dat de overheid ouders indien nodig opvoedondersteuning moet bieden, hoewel ouders zonder geldige verblijfstitel volgens de nationale wetgeving dus geen aanspraak kunnen maken op jeugdhulp. De gemeente kan als dat noodzakelijk is – en met een beroep op het IVRK – toch een voorziening voor opvoedingsondersteuning toekennen. Verder kan worden geconcludeerd dat de zogenoemde ‘verlengde jeugdhulp’ 53Rijksoverheid. “Memorie van toelichting bij de Jeugdwet:” 18–19. hier niet van toepassing is. 54Zie ook H12 van deze beleidsregels.
Conform artikel 1.2.2 van het Besluit Jeugdwet worden de jeugdige vreemdelingen bij voorkeur niet in een pleeggezin geplaatst. Als de gemeente het verblijf bij een pleegouder nodig vindt, moet de gemeente in het besluit aangeven waarom het verblijf in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder niet voldoende is. De achterliggende gedachte van de wetgever is dat verblijf in een gezin meer aanleiding geeft tot hechting in de Nederlandse samenleving, terwijl juist zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat er verwachtingen worden gewekt omtrent het verblijf. Dit om de terugkeer naar het land van herkomst soepeler te laten verlopen. In het geval van onrechtmatig verblijf in Nederland schrijft de wet dus voor dat pleegzorg niet de gewenste vorm van verblijf is, waardoor de gemeente in principe ook geen pleegzorgtraject zal verlengen. 55VNG. “Pleegzorg standaard tot 21 jaar. Scenario’s,” geraadpleegd 30 juli 2018 via https://vng.nl/onderwerpenindex/jeugd/jeugdhulp/nieuws/pleegzorg-standaard-tot-21-jaar%20.56Zie H13.1 van deze beleidsregels.57Bovendien mag de jeugdhulp conform artikel 1.2.1 van het Besluit Jeugdwet alleen worden geboden aan minderjarigen.
Conform artikel 1.2.3. van het Besluit Jeugdwet is de jeugdhulp aan minderjarige vreemdelingen in overeenstemming met de duur van het verblijf in Nederland met een maximum van 6 maanden. Na een half jaar moet in ieder geval opnieuw beoordeeld worden of de jeugdhulp nog nodig is. Dit vanuit de gedachte dat de situatie van een niet-rechtmatig verblijvende jeugdige snel kan wijzigen. Als blijkt dat jeugdhulp nog noodzakelijk is, zal deze wel weer opnieuw verleend kunnen worden voor maximaal 6 maanden.
De meeste gezinnen die op gezinslocaties wonen, kampen met gezondheidsklachten, psychische problemen en stress. Kinderen gaan er weliswaar naar school, maar geven aan in voortdurende angst te leven. Ze zijn bang voor uitzetting, bang om te gaan slapen (omdat de meeste uitzettingen ’s morgens vroeg gebeuren) en bang om gescheiden te worden van ouders, broertjes en zusjes. Deze continue angst beschadigt kinderen, ook omdat ze het gevoel hebben dat ze in Nederland niet gewenst zijn en een vaak traumatiserende voorgeschiedenis hebben. 58Werkgroep Kind in AZC. “Gezinslocaties,” geraadpleegd 11 november 2019 via http://www.kind-in-azc.nl/gezinslocaties/. Het is van belang dat hiermee rekening wordt gehouden bij de beoordeling van het verzoek om hulp. Aan de andere kant is het trauma niet ten einde.
Uit onderzoek blijkt dat slechts een klein deel van de kinderen die een oorlog of conflict hebben meegemaakt daadwerkelijk een trauma ontwikkelt. De grote meerderheid kan met steun, stabiliteit en een veilige omgeving zijn of haar leven weer oppakken. Gestructureerde, recreatieve sport- en spelactiviteiten hebben hier positieve invloed op. Ze versterken de lichamelijke, emotionele, sociale en intellectuele ontwikkeling van kinderen. Meedoen aan creatieve activiteiten, en sport- en spelactiviteiten, is laagdrempelig. Het is goed voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Het kan stress en depressie verminderen en zelfvertrouwen vergroten. 59Werkgroep Kind in AZC. “Zo kan het ook,” 2016, 16. Geraadpleegd 15 november 2019 via http://www.kind-in-azc.nl/wp-content/uploads/2016/11/Rapport-Zo-kan-het-ook.pdf. Beoordeeld wordt daarom eerst of (vanuit het preventieve aanbod) ingestoken kan worden op stabiliseren en het versterken van de weerbaarheid.
Hoofdstuk 9.
Artikel 9.2
Afwegingskader jeugdhulp aan minderjarige vreemdeling en implicaties
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Emmen 2020