Naar hoofdinhoud
1.. In de situatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b, c, f en g mag een briefadres worden gekozen voor de duur van drie maanden. Deze termijn kan steeds door het college met drie maanden worden verlengd. 2.. Een briefadres op grond van artikel 2, eerste lid, onder d en e, mag gekozen worden voor de duur van maximaal de periode dat aangever buiten Nederland zal verblijven. 3.. In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 4 wordt een briefadres verleend voor de duur die de burgemeester noodzakelijk acht. 4.. Als de aangever voor het aflopen van de termijn als bedoeld in het eerste en tweede lid geen aangifte heeft gedaan van een woonadres, wordt door de aangever een verzoek ingediend om het briefadres te verlengen. 5.. De aanvraag voor verlenging van het briefadres wordt beoordeeld met inachtneming van deze regeling. 6.. Uiterlijk drie maanden na ingangsdatum geldigheid briefadres dient de briefadreshouder zijn adres schriftelijk dan wel in persoon te verantwoorden, tenzij er een aanvraag tot verlenging is ingediend op grond van het derde lid van dit artikel. 7.. Onverminderd hetgeen is bepaald in dit artikel, is diegene op wie het briefadres betrekking heeft op grond van de artikelen 2.38, 2.39 en 2.40 van de Wet BRP gehouden om aangifte van adreswijziging te doen bij de woongemeente of in geval van emigratie bij de gemeente van vertrek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel