Degene aan wie op grond van deze verordening een maatwerkvoorziening of het pgb is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een maatwerkvoorziening of pgb.
Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten.
Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, beëindigen, wijzigen, herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:
de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de jeugdige of zijn ouders niet langer op de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen;
de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten;
de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden die zijn verbonden aan de maatwerkvoorziening of het pgb, of
de jeugdige of zijn ouders de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het bestemd is.
Als het college een besluit heeft herzien of ingetrokken op grond van het derde lid sub a, dan kunnen zij de geldschade vorderen van de teveel of ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het teveel of ten onrechte genoten pgb.
Hoofdstuk › Paragraaf 2.4
Artikel 16.
Bestrijding van ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen of pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Jeugdwet
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik 2020