Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2

Artikel 20.

Onderzoek

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik 2020

Onverminderd de onderzoeksfactoren als genoemd in artikel 2.3.2 lid 4 van de wet, onderzoekt het college in samenspraak met de degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger(s), zo spoedig mogelijk na ontvangst van de melding: de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; of sprake is van beperkingen bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving, en zo ja: welke beperkingen dat zijn; welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van de cliënt, onderscheidenlijk het zich kunnen handhaven in de samenleving; of en in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg of ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk toereikend zijn om de nodige ondersteuning te kunnen bieden, en; voor zover de eigen mogelijkheden ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een andere voorziening, algemene voorziening of maatwerkvoorziening te voorzien in de benodigde ondersteuning. Als de cliënt een persoonlijk plan heeft opgesteld, betrekt het college dat bij het onderzoek. Als dit nodig is voor het onderzoek, kan het college de cliënt, zijn mantelzorger of bij gebruikelijke hulp zijn huisgenoten oproepen voor een gesprek of een onderzoek door een daartoe aangewezen deskundige. Als dit nodig is voor het onderzoek, kan het college een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel