Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Voorwaarden pgb

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Lelystad 2020

De Wmo 2015 kent de mogelijkheid om een persoonsgebonden budget toegekend te krijgen, maar verbindt daaraan strenge voorwaarden. In het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, komt aan de orde in hoeverre de aanvrager in aanmerking kan komen voor een persoonsgebonden budget. Artikel 2.3.6, tweede lid, stelt het krijgen van een persoonsgebonden budget afhankelijk van drie voorwaarden. Voorafgaand aan de toekenning van het persoonsgebonden budget moet worden getoetst of aan die voorwaarden is voldaan. In dit artikel worden de in de wet genoemde voorwaarden nader geconcretiseerd en wordt verder verduidelijkt waarvoor een pgb niet mag worden aangewend. Een van de voorwaarden luidt als volgt: de cliënt is naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat tot een redelijke waardering van de belangen ter zake. Ofwel de cliënt is met hulp uit zijn/haar sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, in staat de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. In het gesprek met de cliënt zal moeten blijken of de cliënt op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn eigen belangen ter zake. De motivering waarom zorg in natura niet passend is, geeft waarschijnlijk ook al een beeld of betrokkene bekwaam is de taken als budgethouder uit te voeren. Een pgb bestaat weliswaar uit een geldbedrag, waarmee betrokkene in staat wordt gesteld zelf de benodigde hulp in te kopen bij derden, echter de gemeente maakt dit geldbedrag niet over aan de budgethouder. Het geldbedrag gaat naar de Sociale verzekeringsbank ( SVB), die rechtstreeks de hulpverlener(s) betaalt op basis van de zorgovereenkomst (tussen hulpverlener en budgethouder) en de ondertekende urenbriefjes. Wanneer blijkt dat de cliënt zelf niet bekwaam is om de taken van budgethouder uit te voeren zal betrokkene moeten aangeven dat er met hulp vanuit zijn sociale netwerk (echtgenoot I partner, ouder, broer, zus), zijn curator, bewindvoerder mentor of ge(vol)machtigde, deze taken kunnen worden uitgevoerd. Zo nodig zal nog een vervolg gesprek moeten worden ingepland met betrokkene en degene die hem ondersteunt bij de taken van de budgethouder. In het kader van de beoordeling kunnen in het gesprek met de cliënt ook de volgende punten aan de orde komen. kan de cliënt zelf desgevraagd onder woorden brengen I duidelijk maken welke problemen hij heeft; hoe deze problemen zijn ontstaan en bij welke ondersteuning de cliënt gebaat zou zijn; kan de cliënt de aan het pgb verbonden taken zelf uitvoeren zoals het kiezen van de geschikte zorgverlener, het aangaan van een contract, het in de praktijk aansturen van de zorgverlener en het bijhouden van een juiste administratie; voldoet de beheerder die is ingeschakeld aan de eisen die worden gesteld aan een gewaarborgde hulp conform artikel 5.11, lid 2, van Regeling langdurige zorg (Rlz). wordt het beheer uitgevoerd met hulp van de betrokken ondersteuner zelf of daaraan verbonden personen waardoor sprake is van ongewenste belangenverstrengeling. In artikel 5.11, lid 2 van de Rlz is bepaald dat de verlening van een pgb kan worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de door de verzekerde ingeschakelde hulp: bij een eerdere verstrekking van persoonsgebonden budgetten waarbij deze derde als hulppersoon of vertegenwoordiger optrad niet heeft ingestaan voor nakoming van de daaraan verbonden verplichtingen, blijkens de basisregistratie personen niet beschikt over een woonadres, zijn vrijheid is ontnomen, onder de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen valt, dan wel een verzoek tot van toepassing verklaring van die regeling bij de rechtbank is ingediend of deze derde failliet is verklaard, of anderszins onvoldoende waarborg zal bieden voor het nakomen van de voor de verzekerde aan het persoonsgebonden budget verbonden verplichtingen. Daar waar in het hierboven genoemd artikel wordt gesproken over een ‘verzekerde’, dient voor Wmo 2015 te worden gelezen als een ‘budgethouder’. Een budgethouder die voor 4 dagen of meer per week ondersteuning inkoopt bij dezelfde zorgverlener is ook nog werkgever met de daarbij behorende werkgeversplichten. Indien die situatie zich voordoet moet de budgethouder ook deze taken zelfstandig kunnen uitvoeren. Denk hierbij onder meer aan het overeenkomen van een redelijk uurloon, het doorbetalen van loon bij ziekte en het hanteren van een redelijke opzegtermijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel