ZORGPLICHT HEMELWATER
De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en afvloeiend hemelwater dat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft het hemelwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen. Alleen als de houder van het verzamelde hemelwater dit redelijkerwijs niet kan afvoeren.
In ons streven naar een waterrobuust en toekomstbestendig water- en rioleringssysteem werken we volgens de voorkeursvolgorde vasthouden-benutten-afvoeren van hemelwater.
Vasthouden van hemelwater
We streven waar mogelijk naar het vasthouden van hemelwater op groene daken, in bovengrondse voorzieningen en/of in de bodem (hydrologisch positief ontwikkelen) en ontharden (minder verhard oppervlak aanleggen). Hiermee reduceren we de belasting op het rioleringssysteem, vullen we de zoetwatervoorraad aan en dragen we bij aan een klimaatbestendige en prettige leefomgeving (zie ook zorgplicht grondwater). Via integraal beheer stemmen we af dat de functie van bovengrondse hemelwatervoorzieningen gewaarborgd blijft.
Afbeelding 4.6: Infiltratiestrook voor hemelwater (bron: gemeente Bergeijk)
In het verleden is gebleken dat bij noodzakelijke ontgravingen tijdens neerslag het toegestroomde hemelwatersnel wegzakte. In het streven naar het lokaal kunnen verwerken van hemelwater gaan we daarom de komende planperiode een pilot diepinfiltratie toepassen. Met deze techniek wordt de capaciteit van de ondergrond benut om in korte tijd grote hoeveelheden hemelwater ter plaatse te kunnen verwerken.
Benutten van hemelwater
Hergebruik van hemelwater stimuleren we. Het hemelwater kan worden benut om onder andere de auto te wassen, de tuin te besproeien of om de belevingswaarde van water te vergroten. Wij raden echter af hemelwater op particulier terrein te benutten als alternatief tappunt voor water. Dit vanwege de volksgezondheidsrisico’s en relatief hoge onderhoudskosten.
Afvoeren van hemelwater
Bij het lozen van hemelwater in de bodem of op oppervlaktewater houden we ons aan de Algemene Rijksregels en onze gidsprincipes. Uitgangspunt is dat de lozing van hemelwater niet mag leiden tot een ontoelaatbare verontreiniging van bodem of oppervlaktewater en de drinkwatervoorziening niet in gevaar mag brengen. In geval van het beschermingsgebied Luyksgestel houden we ons aan de gemaakte afspraken in het betreffende gebiedsdossier. Uit het oogpunt van beheer en een robuuste werking gaat onze sterke voorkeur uit naar bovengrondse zichtbare afstroming met zo min mogelijk ondergrondse leidingen.
Afbeelding 4.7: Uitstroomvoorziening afgekoppeld hemelwater (bron: gemeente Bergeijk)
Omdat de capaciteit van het rioleringssysteem vanuit economisch oogpunt beperkt is, kan het voorkomen dat in meer of mindere mate een vorm van overlast optreedt. Hierbij maken we onderscheid naar hinder, ernstige hinder en waterschade.
DEFINITIE EN AANPAK van Hinder, Ernstige hinder, Waterschade
Hinder
Hinder heeft de volgende kenmerken:
kortdurende periode van water op straat;
waarbij verkeer nog mogelijk is.
duur in de orde van 15-30 minuten
Ernstige hinder
Ernstige hinder heeft één van de volgende kenmerken:
langer durende periodes van water op straat;
verkeer is niet meer overal mogelijk (ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels).
duur in de orde van grootte van 30-120 min.
Waterschade
(Water)schade heeft één van de volgende kenmerken:
grote economische schade;
gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat);
water in (winkel)panden met materiële schade tot gevolg.
Ontwerp van nieuwe rioleringssystemen
Nieuwe rioleringssystemen ontwerpen we op een maatgevende bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 2 jaar (bui 8 uit de kennisbank Riolering). Bij een dergelijke ontwerpbelasting mag de druklijn niet hoger komen dan 20 cm onder maaiveld. Vervolgens toetsen we het ontwerp ook aan een zwaardere bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 5 jaar (bui 9 uit de kennisbank Riolering). Bij deze ontwerpbelasting mag de druklijn maximaal tot aan maaiveld oplopen.
Toetsing van bestaande rioleringssystemen
Het bestaande gemengde rioleringssysteem toetsen we aan een maatgevende bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 2 jaar (bui 8 uit de kennisbank Riolering). Bij een dergelijke ontwerpbelasting mag de druklijn tot maximaal aan maaiveld oplopen. Een bij te leggen hemelwaterriool (afkoppelprojecten) toetsen we aan een zwaardere maatgevende bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 5 jaar (bui 9 uit de kennisbank Riolering). Bij een dergelijke ontwerpbelasting mag de druklijn tot maximaal aan maaiveld oplopen.
Risicobeheersing
Het verwerken van alle buien zonder dat dit tot (ernstige) hinder of wateroverlast leidt is vanuit economisch oogpunt niet of nauwelijks haalbaar. Om deze reden zullen we moeten accepteren dat water op straat optreedt en er altijd een risico op waterschade blijft. Om de risico’s te beheersen hanteren we onderstaande strategie en focussen we de komende periode op klimaatadaptatie (zie paragraaf 4.6).
Accepteren hinder
Door regenwater te accepteren tussen de straatbanden, in groenvoorzieningen en te bufferen in de bodem kunnen ook zwaardere buien worden verwerkt. Dit vergt nieuwe investeringen, maar biedt ook nieuwe kansen. Met bovengrondse blauwgroene voorzieningen kunnen we tevens een bijdrage leveren aan het oplossen van andere klimaatgerelateerde problemen zoals hittestress en langdurige droogte. Groen en water in de openbare ruimte hebben ook een gunstig effect op de gezondheid (meer bewegen, ontspanning) en kan bijvoorbeeld worden gecombineerd met natuurontwikkeling. Hiermee leveren we een bijdrage aan het coalitieakkoord “Samen doen”. Daar waar bovengrondse oplossingen op korte termijn geen haalbare kaart zijn, bieden ondergrondse oplossingen uitkomst. In onze communicatie geven we aan dat water op straat vaker zal voorkomen en roepen we op om het rijgedrag hierop aan te passen.
Afbeelding 4.8: Aanpassen van rijgedrag draagt bij aan het voorkomen van wateroverlast (bron: Stichting Rioned)
Beperken risico op (ernstige) hinder
Bij ernstige hinder is sprake van verkeersbelemmering, bijvoorbeeld door ondergelopen tunnels of opdrijvende putdeksels. Dergelijke situaties zijn niet wenselijk, maar als het niet vaak voorkomt kunnen weggebruikers best een straatje omrijden of wachten totdat het water is weggezakt. In geval van ernstige hinder met een frequentie van optreden van ca. 1x per 2 jaar op een bepaalde locatie treffen we als gemeente bij de uitvoering van reconstructiewerken zodanige maatregelen, dat de kans op het optreden van ernstige hinder aanmerkelijk kleiner wordt.
Omgaan met risico op waterschade
In geval van waterschade treffen we als gemeente (tijdelijke) bovengrondse kostenefficiënte maatregelen omhet risico op schade te beperken. Ter voorkoming van structurele overlast onderzoeken we mogelijke oorzaken en oplossingsrichtingen en brengen deze, mits doelmatig, ten uitvoer.
De komende tien jaar pakken we bestaande wateroverlastsituaties aan in combinatie met geplande wijkgerichte herinrichtingsprojecten. We vervangen in deze gebieden de bestaande gemengde riolering voor gescheiden riolering en werken toe naar een waterrobuuste structuur voor de verwerking van normale buien.
De keuze voor het investeren in een hogere graad van bescherming tegen wateroverlast (extreme buien) is een afweging tussen de meerkosten van verbetermaatregelen, de potentie van de bovengrond om extra regenwater te kunnen verwerken en te vermijden schadekosten. Voor de bovengrondse verwerkingscapaciteit hebben we een eerste globale klimaat stresstest uitgevoerd. Volgens deze test hebben een tiental gebouwen bij een extreme bui kans op waterschade en leidt water op straat bij een twaalftal straten tot (ernstige) hinder. De komende planperiode willen we in de vorm van een risicodialoog het bewustzijn over de kwetsbaarheid voor klimaatextremen vergroten en vervolgens bespreken hoe deze kwetsbaarheid met concrete maatregelen te verkleinen is. Gebieden waar de urgentie het hoogste is willen we als eerste aanpakken, maar is ook afhankelijk van andere initiatieven die er spelen, bijvoorbeeld op het vlak van de energietransitie en het ambitieniveau van onze gemeenteraad om te investeren in klimaatadaptatie.
Artikel 4.4.2
Zorgplicht hemelwater
Onderdeel van Beleid riolering en water VGRP (Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan) 2020-2024 gemeente Bergeijk