Voor de berekening van de totale lasten maken we onderscheid in exploitatiekosten en investeringsuitgaven.
Bij de exploitatiekosten gaat het om jaarlijkse uitgaven voor beheer- en onderhoudsactiviteiten die nodig zijn voor een goed en doelmatig rioleringsbeheer. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De kosten voor beheer en onderhoud worden jaarlijks hoger door algemene prijsstijgingen, stijgingen van de lonen, vergroting van het areaal en uitbreiding van werkzaamheden als gevolg van de Wet gemeentelijke watertaken. Door efficiënter te werken kan de noodzakelijke prijsstijging zoveel als mogelijk worden beperkt.
Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeterings-investeringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en vaak worden gekapitaliseerd. De jaarlijkse kosten die daaruit voortkomen, -de kapitaallasten- bestaan uit rente en afschrijvingen.
Als gevolg van gewijzigde regelgeving (BBV) en in samenspraak met provincie Noord-Brabant wijzigen we van systematiek. Met ingang van dit VGRP hanteren we voortaan een spaarvoorziening voor vervangingsinvesteringen. Met deze voorziening zorgen we ervoor dat we voldoende financiële middelen hebben voor toekomstige vervangingsinvesteringen en brengen we de rentelast omlaag.
Artikel 6.2
Financiële middelen
Onderdeel van Beleid riolering en water VGRP (Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan) 2020-2024 gemeente Bergeijk