1. Een melding van behoefte aan ondersteuning wordt nader onderzocht op basis van het eventueel aanwezige persoonlijk plan van de bewoner (zie artikel 4), één of meer gesprekken (zie artikel 6) met de bewoner en indien nodig aangevuld met een (medisch) advies van een deskundige.
2. Aan de hand van het algemeen toetsings- en afwegingskader (zie artikel 10) wordt onderzocht of de bewoner ondersteuning nodig heeft en zo ja, welke vorm van ondersteuning.
3. Het onderzoek wordt uitgevoerd op basis van de volgende processtappen:
a. Allereerst wordt vastgesteld wat de eigenlijke ondersteuningsbehoefte van de bewoner is.
b. Vervolgens wordt vastgesteld wat de aard van de beperking of problematiek is en als gevolg daarvan het verlies van zelfredzaamheid of participatie of problemen bij het zich handhaven in de samenleving.
c. Vervolgens wordt vastgesteld welke ondersteuning nodig is om het gewenste resultaat te bereiken en in welke mate de ondersteuning nodig is.
d. Vervolgens wordt vastgesteld welk aandeel de bewoner en/of het sociaal netwerk vanuit eigen kracht in de benodigde ondersteuning kan hebben.
e. Indien de mogelijkheden van de bewoner ontoereikend zijn, wordt gekeken welke vorm van ondersteuning passend is, dit kan een individuele maatwerkvoorziening zijn.
4. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de door het college gemandateerde organisatie.
Dit kan per voorziening verschillen. Veelal wordt dit uitgevoerd vanuit de Basisondersteuning.
Voor Woonvoorzieningen, Rolstoelen en Vervoersvoorzieningen, is dit de afdeling Publieke Dienstverlening van de gemeente.
Voor de voorziening Hulp bij Huishouden is dit een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder voor Hulp bij Huishouden.
Voor de regionale voorziening Beschermd Wonen Intramuraal en ThuisPlus wordt het onderzoek in samenwerking met het regionale expertiseteam Beschermd Wonen uitgevoerd.
Voor de regionale voorziening van Opvang is dit de zorgaanbieder voor Opvang.
5. Voor het onderzoek naar de melding van behoefte aan ondersteuning geldt een behandeltijd van maximaal 6 weken na de melding.
Indien vanwege zorgvuldigheid van het onderzoek de termijn niet gehaald wordt, dan treedt degene die het onderzoek uitvoert in overleg met de bewoner over de verlenging van de termijn.
Dit wordt vervolgens schriftelijk bevestigd, onder vermelding van de termijn waarbinnen het onderzoek naar verwachting wel is afgerond.
6. In afwijking van lid 5 geldt voor een onderzoek naar de noodzakelijkheid en passendheid van een voorziening voor Opvang een maximum termijn van 2 weken.
Artikel 5.
Onderzoek naar ondersteuningsbehoefte
Onderdeel van Beleidsregels Wmo 2021 gemeente Leeuwarden