Naar hoofdinhoud

Artikel 2.2

Toetsingsgronden

Onderdeel van Horecaverordening ’s-Hertogenbosch 2017

De burgemeester weigert de exploitatievergunning indien: a. voor de exploitatie of vestiging van een horecabedrijf tevens een vergunning op basis van de wet is vereist en deze vergunning niet is of niet kan worden verleend; b. de openbare orde en/of veiligheid ter plaatse door de aanwezigheid van het horecabedrijf in gevaar komt; c. de woon- en/of leefomgeving op onaanvaardbare wijze negatief zal worden beïnvloed; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet in overeenstemming is met de ingediende aanvraag. e. de natuurlijke persoon of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico het horecabedrijf wordt uitgebaat niet voldoet aan de eisen, zoals die zijn vermeld in artikel 2.2, vierde lid. De burgemeester kan de exploitatievergunning weigeren: a. wegens strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan, beheersverordening of stadsvernieuwingsplan; b. indien de termijn zoals bedoeld in het derde lid, nog niet is verstreken. De burgemeester kan besluiten een horecabedrijf waar zich in of in de nabijheid van dat horecabedrijf feiten hebben voorgedaan, die – naar het oordeel van de burgemeester – de vrees wettigen, dat het verkrijgen van een vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, de veiligheid, de volksgezondheid, het woon- en leefklimaat of de zedelijkheid, de vergunning te weigeren voor de duur van maximaal vijf jaren. Indien één of meer leidinggevenden niet voldoen aan de volgende eisen weigert de burgemeester de betreffende leidinggevende bij te schrijven op het aanhangsel: a. zij mag niet onder curatele staan; b. zij mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn; c. zij moet de leeftijd van éénentwintig jaar hebben bereikt. Het bepaalde in het vierde lid geldt niet ten aanzien van horecabedrijven waarvoor een vergunning is verleend op grond van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel