Het Dagelijks Bestuur legt uiterlijk 1 mei aan het Algemeen Bestuur verantwoording af over het afgelopen jaar in aansluiting aan de posten der begroting, onder overlegging van de door de Algemeen directeur opgestelde jaarrekening, de daarbij behorende bescheiden en een rekening van de door de gemeenten te betalen bedragen. Het Dagelijks Bestuur voegt daarbij een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door op de op grond van artikel 30 aangewezen registeraccountant.
Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten en stelt daarbij de raden acht weken in de gelegenheid om aan het Dagelijks Bestuur een zienswijze kenbaar te maken op de financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening met inbegrip van het voorstel tot bestemming van de winst of dekking van een verlies.
Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening uiterlijk 1 juli vast.
De jaarrekening wordt binnen twee weken na vaststelling door het Algemeen Bestuur aan Gedeputeerde Staten toegezonden, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
Het besluit van het Algemeen Bestuur houdende vaststelling van de rekening strekt, voor zover het de daarin opgenomen baten en lasten betreft, het Dagelijks Bestuur tot decharge, behoudens later in rechten gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.
HOOFDSTUK 10 › Paragraaf 5
Artikel 29
Artikel 29
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BUREAU OPENBARE VERLICHTING