Het Algemeen Bestuur bestaat uit evenveel leden als het aantal gemeenten dat aan de regeling deelneemt. Ieder lid heeft een plaatsvervanger.
De leden van het Algemeen Bestuur worden zo spoedig mogelijk door de Colleges uit hun midden benoemd.
Indien de leden van het Algemeen Bestuur ophouden lid van het College te zijn, houden zij van rechtswege tevens op lid van het Algemeen Bestuur te zijn. Het College van de desbetreffende gemeente geeft daarvan binnen één week kennis aan de voorzitter van het Algemeen Bestuur en voorziet zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, in de vacature.
Van elke aanwijzing tot lid van het Algemeen Bestuur geeft het College van de betreffende gemeente binnen één week kennis aan de voorzitter van het Algemeen Bestuur.
Een lid van het Algemeen Bestuur dat het vertrouwen van het College dat hem als lid heeft aangewezen, niet meer bezit, kan door dat College als zodanig worden ontslagen.
Het bepaalde in het tweede tot en met het vijfde lid is mede van toepassing op de plaatsvervangende leden, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 1
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BUREAU OPENBARE VERLICHTING