Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder 2o, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komt in aanmerking het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen.
Nb. Dit artikel is niet van toepassing op een activiteit als bedoeld in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
Gebruik bouwwerken en/of aansluitend terrein
Voor deze categorie wordt geen beleidsregel opgesteld. Voor het gebruiken van bouwwerken, en/of aansluitend terrein, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten etc. wordt een maatwerkbeoordeling toegepast.
Logiesfunctie werknemers
Verwezen wordt naar de ‘Beleidsregel Ruimtelijke randvoorwaarden logiesgewijze huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Duin- en Bollenstreek (2019) of de opvolger van deze beleidsregel. Als de aanvraag hierbinnen past wordt met toepassing van onderdeel 9 aan een ontheffing medewerking verleend.
Toelichting
Plannen voor het hier bedoelde gebruik hebben meestal een dermate uniek karakter dat een algemene motivering voor afwijken van het bestemmingsplan onvoldoende toegevoegde waarde heeft voor de besluitvorming. Een wijziging van het gebruik heeft in veel gevallen meer impact dan een strijdigheid met een bouwregel. Voor toepassing van deze bepaling geldt een maatwerkbeoordeling.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.9.