1. Wanneer betrokkene weigert passende arbeid in dienstbetrekking onder aangepaste omstandigheden te aanvaarden;
2. Wanneer de dienstbetrekking van betrokkene door het college is opgezegd op grond van artikel 6, tweede lid, onderdeel a of c, of door de werkgever, als bedoeld in artikel 7, in verband met de toepassing van artikel 7, derde lid, onderdeel b of c, van de Wsw, is opgezegd:
a. op grond van het feit dat betrokkene niet meewerkt aan zijn herindicatie;
b. op grond van het feit dat betrokkene niet voldoet aan de verplichting mee te werken aan het behoud dan wel het bevorderen van zijn arbeidsbekwaamheid en aan het verkrijgen van arbeid onder normale omstandigheden, voor zover hij daartoe in staat wordt geacht,
en wel vanaf het moment dat de opzegging rechtens onaantastbaar is.
3. Wanneer de dienstbetrekking van betrokkene door het college of de werkgever is opgezegd om een dringende reden in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de werknemer ter zake een verwijt kan worden gemaakt, vanaf het moment dat de opzegging rechtens onaantastbaar is.
4. Wanneer de dienstbetrekking op verzoek van de betrokkene is geëindigd.
Artikel 1
Ten aanzien van personen werkzaam in een dienstbetrekking te besluiten tot intrekking van een indicatie:
Onderdeel van Intrekken indicatie Wsw, beleidsregel voor de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein, 2020.