Naar hoofdinhoud
(artikelen 4a en 15 Leerplichtwet 1969) De medewerker leerplicht/RMC besluit namens het college op een aanvraag tot toepassing van de vrijstelling als bedoeld in artikel 15 van de wet. Bij de beoordeling of de jongere op andere wijze voldoende onderwijs geniet, slaat de medewerker leerplicht/RMC acht op: de vraag of het onderwijs bijdraagt aan het behalen van een startkwalificatie; en, de vraag of de hoeveelheid tijd die met het onderwijs is gemoeid in redelijke verhouding staat tot de omvang van het onderwijs. Indien nodig neemt de medewerker leerplicht/RMC voorwaarden op bij zijn besluit Indien een 17-jarige in dienst treed bij een werkgever, levert hij/zij aan de medewerker leerplicht/RMC een kopie van de aanstellingsbrief, waarin de werkgever verklaart dat de 17- jarige bij hen in dienst is, voor welke functie en voor welke opleiding hij/zij is bestemd. In de aanstellingsbrief wordt de 17-jarige opgedragen een kopie van de aanstellingsbrief bij de afdeling leerplicht van zijn/haar woongemeente in te leveren. Na marginale toetsing van de kopie aanstellingsbrief verleent de medewerker leerplicht/RMC aan de betrokkene en zijn/haar ouders vrijstelling van leerplicht op grond van art 15 van de Lpw. Indien de aanstelling van de jongere vóór zijn/haar 18de jaar wordt beëindigd, vermeldt de werkgever in de ontslagbrief dat met dit ontslag de grond voor vrijstelling van de leerplicht vervalt, dat de betrokkene zich bij een onderwijsinstelling moet melden voor het behalen van een startkwalificatie en dat de werkgever melding doet van dit ontslag aan de afdeling Leerplicht van de woongemeente. De werkgever meldt aan de medewerker leerplicht/RMC van de woongemeente in geval de jongere voor zijn/haar 18e jaar wordt ontslagen. Nadat de 17-jarige, als uitgeschreven, is gemeld bij de afdeling leerplicht van zijn/haar woongemeente, controleert de medewerker leerplicht/RMC of de kwalificatieplicht voldoende wordt nageleefd.

Rechtspraak bij dit artikel