Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor een pgb wordt verstrekt.
De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor:
De ongehuwde client die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heft bereikt en die een bijgedrageplichtig inkomen heft dat minder is dan in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is opgenomen;
de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft dat minder is dan in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is opgenomen;
de gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een gezamenlijk bijdrageplichtig inkomen heeft dat minder is dan in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is opgenomen
De berekende eigen bijdrage zal niet worden geïnd door het CAK indien een cliënt een
inkomen heeft dat valt in de categorie tot 130% van het sociaal minimum.
Er zijn geen bij verordening aangewezen algemene voorzieningen.
In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een
maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.
De eigen bijdrage mag niet worden betaald uit het pgb.
In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen:
Een rolstoel
De realisatie van een maatwerkvoorziening in een woongebouw waarvan de woning van een client onderdeel uitmaakt, en voor zover de voorzieing betrekking heeft op het toe- en/of doorgankelijk maken van het woongebouw
Een tegemoetkoming in de meerkosten (artikel 20)
Een woningaanpassing bij onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouders samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige client.
De kostprijs van een:
maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt
of na overleg met de aanbieder;
maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen of eigendom);
pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
Bij overname van een voorziening van een andere gemeente is voor het
overnamebedrag een eigen bijdrage verschuldigd, voor zover de voorziening nog niet is
afgeschreven. De eigen bijdrage wordt berekend over de restwaarde van de voorziening.
Indien een Wmo-vervoerspas voor de regiotaxi wordt toegekend kan de cliënt 600 zones per
jaar reizen tegen een gereduceerd tarief. Voor de opstapzone en de eerste drie gereisde zones
per rit geldt een gereduceerd tarief. Het opstaptarief bedraagt € 0,70 (gereduceerd tarief). Het
geldende tarief voor de zones bedraagt € 0,70 per zone (gereduceerd tarief). Indien andere
vervoersvoorzieningen zijn toegekend wordt maximaal 50% van het aantal zones toegekend.
Hoofdstuk 4
Artikel 12
Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen
Onderdeel van Verordening 2020 Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk