Aan de directeur OMWB wordt, voor zover het bevoegdheden van de burgemeester en het college betreft, mandaat verleend tot het nemen van die besluiten die voortvloeien uit de opdracht van de gemeente aan de Omgevingsdienst, vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, d.d. 12 december 2012 of zoals nadien gewijzigd, de model dienstverleningsovereenkomst zoals vastgesteld door het algemeen bestuur eveneens op 12 december 2012 of zoals nadien gewijzigd, alsmede de tussen gemeente en Omgevingsdienst overeengekomen uitvoeringsprogramma’s en bijzondere opdrachten.
Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, ziet tevens op de ondertekening van namens de burgemeester of college genomen besluiten.
Het mandaat omvat tevens het nemen van besluiten op grond van de Wet openbaarheid van Bestuur inzake aangelegenheden die vallen onder de opdracht van de OMWB omschreven in lid 1.
Het mandaat, bedoeld in het eerste lid en derde lid, ziet niet op:
besluiten op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4 Algemene wet bestuursrecht, waarbij het bezwaar gegrond wordt verklaard met inhoudelijke wijziging of herroeping van het oorspronkelijke besluit, dan wel waarbij wordt afgeweken van het advies van de gemeentelijke hoor- en adviescommissie voor bezwaar- en beroepschriften;
besluiten die leiden tot de vaststelling of wijziging van gemeentelijke beleidskaders of beleidsregels, bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht;
besluiten tot het aangaan van convenanten;
besluiten tot het al dan niet honoreren van schadeclaims van derden of het afkopen van mogelijke geschillen, met uitzondering van schadeclaims die vallen onder de werking van een vastgestelde publiekrechtelijke regeling;
en besluiten waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 3, Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.