De noodopvang kan om de volgende redenen eindigen:
De noodopvang eindigt als het gezin de dakloosheid heeft opgeheven.
De noodopvang kan door het college worden beëindigd indien blijkt dat het gezin zich, naar oordeel van het college, onvoldoende inspant om de dakloosheid op te heffen.
De noodopvang eindigt na drie maanden. Het college kan besluiten tot een eenmalige verlenging van het verblijf met maximaal drie maanden.
Het college is bevoegd de noodopvang tussentijds te beëindigen op de volgende gronden:
Uit screening en diagnostisering blijkt dat er, vanwege ernstige verslaving of acute psychiatrische problematiek, behandeling noodzakelijk is die in de noodopvang niet mogelijk is.
Als (leden van) het gezin zich ernstig misdragen tegen medewerkers van de noodopvang of tegen een ander persoon in de noodopvang.
Als het college besloten heeft het gezin over te plaatsen naar een andere locatie of instantie en het gezin dit weigert. De overplaatsing kan te allen tijde gebeuren, mits binnen redelijke grenzen.
Als het gezin of leden van het gezin zich geheel of gedeeltelijk onttrekken aan de geboden begeleiding.
Als de opgelegde onkostenvergoeding door het gezin niet wordt betaald.
Als het gezin niet feitelijk dakloos blijkt te zijn.
Hoofdstuk 1
Artikel 7.
Beëindiging van het verblijf
Onderdeel van Nadere regels Noodopvang gezinnen 2020