Naar hoofdinhoud
1.. Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1, 3, 7 en 8 wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen normbedragen. 2.. Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid wordt de vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten waarbij de hoogte van de vergoeding van de voorziening renovatie nooit hoger kan zijn dan 25/40 van het normbedrag voor de voorziening nieuwbouw. 3.. De vergoeding voor een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel 3 wordt vastgesteld op 8% van het geraamde investeringsbedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel