Naar hoofdinhoud
Het doel van dit wetsvoorstel is de oorzaken van het voortbestaan van misstanden in de prostitutiebranche aan te pakken. De aanpak bestaat uit het verkrijgen van meer zicht en grip op de seksbranche door alle vormen van prostitutie onder een vorm van regulering te brengen, het verkleinen van lokale en regionale verschillen en het vergemakkelijken van toezicht en handhaving. De kern van het wetsvoorstel wordt gevormd door de invoering van een verplicht en uniform vergunningsstelsel voor de uitoefening van een seksbedrijf. Dit kan zorgen voor meer uniformiteit in lokaal vergunningenbeleid. In het wetsvoorstel is ook opgenomen aan welke vergunningsvoorwaarden de exploitant in ieder geval moet voldoen en dat de minimumleeftijd voor prostituees is verhoogd van 18 naar 21 jaar. De belangrijkste aanpassingen in het voorstel zijn: Er komt een wettelijke grondslag voor lokale intakegesprekken, die als doel hebben vanuit de gezondheidszorg (GGD) zicht te houden op prostituees om misstanden te voorkomen. Er komt een pooierverbod: degene die betrokken is bij onvergunde bedrijfsmatige seksuele dienstverlening en daar financieel voordeel uit haalt, wordt strafbaar. Zelfstandig thuiswerkende prostituees worden vergunningplichtig. Sinds 2009 wordt er aan het wetsvoorstel gewerkt en er zijn al vele aanpassingen gedaan. Het is nog niet duidelijk wanneer een nieuwe wet van kracht zal worden en wanneer deze aanpassingen worden doorgevoerd. De nieuwe wet kan nog een aantal jaren op zich laten wachten. Een aantal van de gemeente wacht af wat de inhoud is van de nieuwe wet. Om de misstanden te voorkomen, het illegale circuit te bestrijden en een veilige werkplek te borgen, besluit gemeente Soest het prostitutiebeleid vooruitlopend op de nieuwe wet op te stellen.

Rechtspraak bij dit artikel