De raadsleden spreken vanaf hun zitplaats of vanaf een katheder. Ze richten zich tot de voorzitter.
Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de raadsleden of andere aanwezigen spreken vanaf een andere plaats.
Een raadslid voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
De voorzitter bepaalt de volgorde van de sprekers. Aan het einde van elke termijn geeft hij zo nodig het woord aan één of meer vertegenwoordigers van het college.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 25.
SPREEKREGELS
Onderdeel van Het Reglement van Orde voor de raadsvergadering gemeente Gorinchem 2020