Aan het begin van de periodieke raadsvergadering als bedoeld in artikel 18, eerste lid, wordt de gelegenheid geboden aan raadsleden tot het stellen van mondelinge vragen en aan leden van het college tot het doen van korte mondelinge mededelingen.
Raadsleden die mondelinge vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van de vragen uiterlijk de maandag voorafgaand aan de vergadering bij de griffier.
De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde vragen aan de orde worden gesteld.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een korte toelichting daarop te geven. De voorzitter kan de vragensteller de gelegenheid geven om naar aanleiding van de beantwoording één of enkele korte vervolgvragen ter verduidelijking te stellen.
Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 52.
VRAGENUUR
Onderdeel van Het Reglement van Orde voor de raadsvergadering gemeente Gorinchem 2020