Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.1.3.

Belangrijke wegen voor het openbaar vervoer

Onderdeel van Wegencategoriseringsplan en addendum

In afbeelding 4 in bijlage I is de huidige hoofdstructuur van het openbaar vervoer opgenomen. Lijndienst 33 en 35 hebben een lokaal ontsluitende functie en verbinden de gemeentelijke kernen onderling. Lijn 33 (Arnhem-Nijmegen via Gendt) heeft doordeweeks een halfuurdienst, een kwartierdienst tussen Arnhem en Huissen in de avondspits en tussen Huissen en Arnhem in de ochtendspits. Lijndienst 35 (Bemmel-Elst NS-station) heeft een halfuurdienst. Lijn 300 is een HOV-verbinding en vormt een snelle meer gestrekte verbinding tussen Radboud Universiteit Nijmegen, Nijmegen CS, Bemmel, Huissen en Arnhem CS. De lijn heeft doordeweeks een kwartierdienst, een 7,5 minuten dienst tussen Bemmel en Nijmegen in de ochtendspits en tussen Nijmegen en Bemmel in de avondspits. Eind 2022 komt er een nieuwe OV-concessie en dit kan zorgen voor verandering in de route of rijtijden van lijn 35, lijn 33 en lijn 300. Voor de wegencategorisering is het wenselijk dat het (huidige) buslijnennetwerk bij voorkeur over gebiedsontsluitingswegen loopt. Voor enkele gevallen zal hier een spanningsveld tussen enerzijds doorstroming en comfort van bussen en anderzijds verkeersveiligheid en leefbaarheid in verblijfsgebieden ontstaan. Om een goede afweging te maken, wordt gebruik gemaakt van de zwaarte van het gebruik van de routes. Voor busroutes met sterke regionale functie en een hoge frequentie en capaciteit is het wenselijk dat de wegen waar de buslijn gebruik van maakt als gebiedsontsluitingswegen worden aangemerkt. Voor buslijn 300 is het dus wenselijk dat alle wegen waar de lijn gebruik van maakt als gebiedsontsluitingswegen worden aangemerkt. Buslijn 33 en 35 hebben een sterk lokaal ontsluitend karakter, en hebben een frequentie van respectievelijk 4 en 2 ritten per uur. Buslijn 35 rijdt in de rustigere perioden met kleiner materieel. Vanwege het ontsluitende karakter van lijn 33 en 35 komen beide lijnen meer de verschillende woonkernen binnen. De voorkeur gaat er naar uit om deze busroutes zo veel mogelijk over gebiedsontsluitingswegen te laten rijden, echter deze verbindingen kunnen binnen de bebouwde kom onder voorwaarden ook over erftoegangswegen lopen. Er gelden dan wel aanvullende inrichtingseisen zoals busvriendelijke maatregelen. Op die manier kan het comfort en de snelheid afdoende gewaarborgd blijven. Een ander alternatief is dat in sommige gevallen overwogen moet worden routes van het openbaar vervoer te verleggen.

Rechtspraak bij dit artikel