In paragraaf 3.1 zijn de uitgangspunten geformuleerd voor de wegencategorisering, dit zijn;
Kerngebieden liggen aan een stroom- of gebiedsontsluitingsweg (functie);
Grotere stromen goederenvervoer wordt afgewikkeld via stroom- of gebiedsontsluitingswegen (functie);
HOV wordt afgewikkeld via stroom- of gebiedsontsluitingswegen (functie);
Lokaal ontsluitend openbaar vervoer wordt bij voorkeur afgewikkeld via gebiedsontsluitingswegen, maar kan onder voorwaarden ook gebruik maken van erftoegangswegen (functie);
Wegen met een intensiteit > 5.000 motorvoertuigen per etmaal zijn een stroom- of gebiedsontsluitingsweg (gebruik);
Wegen met een intensiteit tussen de 2.500 en 5.000 motorvoertuigen per etmaal kunnen afhankelijk van de omgevingsfuncties zowel als gebiedsontsluitingsweg als erftoegangsweg worden aangemerkt (gebruik);
Wegen met een intensiteit van minder dan 2.500 motorvoertuigen per etmaal zijn in principe een erftoegangsweg (gebruik);
Wegen in de omgeving met diverse intensieve functies (wonen, werken, winkelen, school) zijn een erftoegangsweg (omgeving).
De bovenstaande criteria zijn niet altijd eenduidig in de zin dat een bepaalde weg volgens het ene criterium een gebiedsontsluitingsweg kan zijn en volgens het andere een erftoegangsweg. Om toch tot een eenduidige categorisering te komen is als uitgangspunt genomen dat de functie die weg vervult maatgevend is. Dit leidt tot de wegencategorisering zoals is opgenomen in figuur 6 (zie ook afbeelding 7 in bijlage II).
Op deze kaart zijn de stroomwegen en de gebiedsontsluitingswegen aangegeven. Daarnaast zijn alle erftoegangswegen type I buiten en binnen de bebouwde (nadere toelichting over deze categorie volgt in 3.4) kom in de kaart opgenomen. De overige wegen (erftoegangswegen type II binnen en buiten de bebouwde kom) zijn verder niet met een kleur afgebeeld.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3.
Wegencategorisering gemeente Lingewaard
Onderdeel van Wegencategoriseringsplan en addendum