Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1.

Basiseisen- en kenmerken

Onderdeel van Wegencategoriseringsplan en addendum

Nu alle wegen in de gemeente Lingewaard zijn toegedeeld aan één van de verschillende wegcategorieën volgt de belangrijkste stap in het gedachtengoed van Duurzaam Veilig: De vormgeving van de weg in overeenstemming brengen met de functie en het gebruik van de weg. Voor een verkeersveilige vormgeving dienen de wegen te voldoen aan zes basiseisen. De zes basiseisen zijn: Wegcategorieën zijn herkenbaar en onderscheidend vormgegeven; Conflicten met tegemoetkomend verkeer worden vermeden; Conflicten met kruisend en overstekend verkeer worden vermeden; Verkeerssoorten zijn gescheiden; Er zijn geen obstakels langs de rijbaan; Er is een relatie tussen de weg en de omgeving. Bij erftoegangswegen zijn de basiseisen 2,3 en 4 niet van toepassing en mengt het verkeer op dezelfde rijbaan. Deze basiseisen zijn vertaald in basiskenmerken. Basiskenmerken zijn ontwerpelementen die altijd, of juist nooit, in het wegontwerp aanwezig moeten zijn om de herkenbaarheid van de weg te bevorderen en de weg veilig te laten functioneren. De bovenstaande basiseisen zijn bij de landelijke uitwerking van Duurzaam Veilig in een aantal inrichtingskenmerken vertaald uiteenlopend van verhardingsmateriaal, fietsvoorzieningen, verlichting tot obstakelafstanden. Het voert te ver op al deze kenmerken in te gaan. In bijlage I zijn deze inrichtingskenmerken ter info opgenomen. Als een weg aan alle inrichtingskenmerken voldoet, doordat alle kenmerken op een juiste wijze in het wegbeeld zijn opgenomen, dan is er sprake van een ideale situatie en inrichting. In dat geval is de inrichting volledig overeenkomstig met de landelijke Duurzaam Veilig uitgangspunten en is er sprake van maximale veiligheid (binnen de gegeven randvoorwaarden). In de meeste situaties zal niet (direct) aan alle eisen kunnen worden voldaan, doordat niet alle kenmerken in het wegontwerp kunnen worden ingebracht. Er zal dan gezocht moeten worden naar een ideale inrichtingsvorm die rekening houdt met beperkende factoren. Het is hierbij wel van belang dat in ieder geval wordt voldaan aan de 6 basiseisen (voor zover op het betreffende wegtype van toepassing). Vaak is het dan nodig om compenserende maatregelen te treffen. Om een voorbeeld te geven: als er op een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom op een wegvak toch gelijkvloers moet worden overgestoken door langzaam verkeer, dan dient hiervoor een oversteekvoorziening te worden gerealiseerd. Bijvoorbeeld een middengeleider met plateau zodat in twee etappes kan worden overgestoken en de snelheid van het verkeer beperkt wordt. Het is duidelijk dat de wegbeheerder altijd streeft naar een ideale vormgeving en dat deze ideale vormgeving het uitgangspunt is. Vanaf de ideale situatie kan worden afgepeld naar de minimale situatie. Naast de minimale vormgeving kan het nog nodig zijn om compenserende maatregelen te treffen. De minimale situatie (eventueel met compenserende maatregelen) is vanuit verkeersveiligheidsoptiek acceptabel. Wegen die (eventueel met compenserende maatregelen) niet aan de minimale vormgevingseisen voldoen, zijn niet veilig en zouden niet uitgevoerd mogen worden. In het vervolg van deze paragraaf gaan wij in op de ideale en minimale inrichting van de relevante wegtypen in de gemeente Lingewaard. In principe zijn alleen de wegen in gemeentelijk beheer relevant, aangezien de gemeente hiervoor verantwoordelijk is. Echter ook de wegen in beheer bij de provincie zijn van belang en dan vooral de N839 en N838. Deze trajecten vormen de ruggengraat van het lokale verkeers- en vervoersnetwerk. Er is hier veelvuldig sprake van uitwisseling met gemeentelijke wegen en interactie met de omgeving. Iets dat niet of veel minder geldt voor de A325, N325, A15 en N15. In het vervolg van deze paragraaf beschrijven wij de ideale en minimale kenmerken waarover de wegen moeten beschikken. Deze inrichtingseisen zijn afkomstig uit het ASVV2012 van het CROW en gelden als landelijke norm. De ideale situatie is steeds als linker afbeelding weergegeven en de minimale situatie als rechter afbeelding. De in op de afbeeldingen aangegeven lettercodering komt overeen met de codering zoals die in bijlage 2 is terug te vinden en heeft betrekking op de gedefinieerde basiskenmerken.

Rechtspraak bij dit artikel