Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1.6.

Inpassen van hoofdfietsroutes

Onderdeel van Wegencategoriseringsplan en addendum

In paragraaf 3.1.4 is de invloed van de fiets op de vormgeving van wegen reeds toegelicht. Loopt er over een gebiedsontsluitingsweg of een erftoegangsweg een belangrijke gemeentelijke of provinciale fietsroute, dan zal er in veel gevallen een aparte fietsvoorziening gewenst zijn. Normaliter worden er ten aanzien van hoofdfietsroutes de volgende concrete ontwerpprincipes gehanteerd: Directheid: streefwaarde voor de maximale omrijdfactor (verhouding tussen de kortst mogelijke route en de hemelsbrede afstand) is maximaal 1,15. Doorstroming: voorrang bij het kruisen van erftoegangswegen en korte wachttijden bij het kruisen van gebiedsontsluitingswegen (ongelijkvloers, breed middeleneiland, rotonde of fietsvriendelijke verkeersregeling). Comfort: effen wegdek (bij voorkeur asfalt), verlichting, goede afwatering, opname in het gladheidbestrijding- (vegen en strooien) en onderhoudsprogramma. Veiligheid: duurzaam veilige oversteekvoorzieningen, gemeentelijke gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom zijn voorzien van vrijliggende fietspaden (> 2 meter in één richting, > 3,50 meter voor twee richtingen). Als een fietsroute onderdeel uitmaakt van een erftoegangsweg, bieden we binnen het fietsnetwerk bij voorkeur de volgende voorzieningen: ETW met meer dan 2.500 mvt/etmaal en primaire of secundaire fietsroute: rode fietsstroken; ETW met minder dan 2.500 mvt/etmaal en secundaire fietsroute: geen voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel