Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.4.

Verharding

Onderdeel van Wegencategoriseringsplan en addendum

De gewenste verharding is afhankelijk van de functie van de weg. Op gebiedsontsluitingswegen dient asfaltverharding te worden aangebracht omdat daar een goede vlakheid, stroefheid, afwatering en structurele conditie wordt vereist (ASVV, 2012). Minder hoge eisen ten aanzien van de hiervoor vermelde eigenschappen stellen erftoegangswegen type II. Op erftoegangswegen type II binnen de bebouwde kom wordt bij voorkeur elementverharding toegepast. De elementverhardingen werken snelheid verlagend en de weggebruiker maakt sneller de associatie met 30 km/uur. Uit de praktijk blijkt dat er binnen de bebouwde kom een groot aantal erftoegangswegen type II is waarop asfaltverharding aanwezig is en niet zoals wenselijk elementverharding. Deze wegen zijn in figuur 16 (en in afbeelding 12 in bijlage III) opgenomen. Voor de herkenbaarheid van de wegcategorie is het wenselijk om elementverharding aan te leggen maar gezien de minimale inrichting van deze wegen een verblijfskarakter van de woonwijken wordt de aanwezige asfaltverharding niet als ernstige afwijking beschouwd. Het is dus niet noodzakelijk om op korte termijn maatregelen te nemen. Daarnaast is op de Gochsestraat en op een klein wegvak op De Plak elementverharding aanwezig. Op deze wegen is het wensbeeld om asfaltverharding aan te brengen.

Rechtspraak bij dit artikel