Naar hoofdinhoud
1.. De nummeringaanduiding loopt op, gezien vanuit het centrum van de woonplaats. 2.. Gezien in de richting van de oplopende nummering zijn rechts de even nummers en links de oneven nummers. 3.. Bij een doodlopende straat of weg begint de nummeraanduiding vanaf de ontsluitingsweg. 4.. Als het gebruik van huisnummers niet voldoende is, wordt aan het nummer een huisletter toegevoegd. Zo nodig komt daar nog een huisnummertoevoeging bij. 5.. Een object met toegangen aan verschillende openbare ruimten krijgt een nummer aan de weg waaraan de hoofdtoegang ligt. 6.. Een trafostation krijgt de huisletter t; een windturbine de huisletter w. 7.. Huisletters zijn van het type “kleine letters”. De letters i, j, l, o en q worden in verband met verwarring met cijfers, niet gebruikt.

Rechtspraak bij dit artikel