**1..** De mandatarissen hebben de bevoegdheid om de aan hen verleende mandaten tijdelijk te ondermandateren, waarbij de bepalingen van de onderhavige regeling onverkort van toepassing zijn en behoudens het bepaalde in artikel 6, eerste lid;
**2..** Voorzover het ondermandaat niet is geregeld in het mandaatschema, dient elk verleend ondermandaat te worden aangetekend op een als zodanig gewaarmerkte ondermandaatlijst, die de mandataris ter vaststelling dient voor te leggen aan het college dan wel de burgemeester;
**3..** Tenzij er sprake is van een tijdelijke behoefte aan ondermandaat, wordt ondermandaat bij een herziening van het mandaatschema, dan wel zo spoedig mogelijk, verwerkt als rechtstreeks mandaat aan een persoon of functionaris;
**4..** De lijst wordt na verkregen goedkeuring ingeschreven in het in artikel 15 bedoelde register.
HOOFDSTUK 2
Artikel 11