De maximale subsidie voor de activiteit als bedoeld in artikel 3.3.4, onder a, wordt berekend door het subsidieplafond te delen door het totaal aantal benodigde velden en de uitkomst daarvan te vermenigvuldigen met het door de aanvrager benodigde aantal genormeerde velden op basis van de normering van de landelijke sportbonden.
De subsidie voor de activiteit als bedoeld in artikel 3.3.4, onder b, bedraagt € 520,80 per benodigd genormeerd veld op basis van de normering van de landelijke sportbonden.
Voor de bepaling van de subsidie als bedoeld in het eerste en tweede lid:
worden twee korfbalvelden gelijk gesteld met één voetbalveld;
wordt één kunstgrasveld gelijk gesteld met twee voetbalvelden.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 3.3.6