Het college benoemt een vakjury bestaande uit ten minste drie en ten hoogste vijf personen.
De vakjury adviseert het college over de ingediende aanvragen.
De vakjury betrekt in haar advies de volgende beoordelingscriteria:
het initiatief moet een bijdrage leveren aan de leefbaarheid of sociale samenhang van de wijk of het dorp;
de mate waarin de in te zetten subsidie ten goede komt van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving, de sociale kwaliteit danwel de veiligheid van de wijk of het dorp;
de aanvraag moet ten goede komen aan een substantiële groep inwoners en niet aan een individueel belang;
inwoners zijn zelf leidend bij de uitvoering van de activiteiten (van inwoners voor inwoners);
inwoners leveren een substantiële en aantoonbare bijdrage aan het realiseren van het initiatief of verrichten een andere inspanning die bijdraagt aan een leefbare wijk of dorp;
de mate waarin de activiteit de samenwerking tussen mensen of organisaties in het dorp of de wijk dan wel in een bepaald gebied van de gemeente bevordert;
de mate waarin het initiatief draagvlak heeft, waarbij geldt dat naar mate een hoger subsidiebedrag wordt verleend een groter gewicht wordt toegekend aan het draagvlak van de activiteiten in de lokale samenleving;
de mate van efficiënte besteding van algemene middelen, waarbij het gaat om de verhouding tussen de kosten van de aanvraag, de te verrichten activiteiten en de daaruit voortvloeiende resultaten;
het maatschappelijk effect van de te subsidiëren activiteit.
Het college stelt de aanvraag binnen twee weken na ontvangst in handen van de vakjury.
De vakjury brengt haar advies uit binnen vier weken na ontvangst van de adviesaanvraag.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.7