Op grond van artikel 13 lid 1 sub g PW kan er geen bijstand worden verleend indien de belanghebbende bij het ontstaan van de schulden, of daarna, over voldoende middelen beschikte.
Uit de jurisprudentie blijkt verder dat slechts zelden van dit uitgangspunt wordt afgeweken. Er dient dan in ieder geval sprake te zijn van zeer bijzondere, individuele omstandigheden. Als ontruiming van de woning en/of afsluiting van de energievoorziening dreigt, kan bij hoge uitzondering (levensbedreigende situatie, sociale omstandigheden) soms een lening mogelijk zijn.
Uit de rapportage moet duidelijk worden dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die bijstandsverlening noodzakelijk maken. In de rapportage moet daarom in ieder geval aandacht besteed worden aan de volgende zaken:
- De verwijtbaarheid
- het financiële verleden van de cliënt (o.a. eerdere huur- en energieschulden)
- De oorzaak van de schulden
- De gezinssamenstelling en de omstandigheden waarin het huishouden verkeert
- De aanpak van het totale schuldenpakket van de cliënt (schuldhulpverlening).
Aan de bijstandsverlening ten behoeve van schulden wordt de voorwaarde verbonden dat de aanvrager medewerking verleent aan schuldhulpverlening.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.9
Schulddelging huurschuld / energieschuld / overige schulden
Onderdeel van Uitvoeringsregels Bijzondere bijstand, Individuele inkomenstoeslag, Meedoenregelingen en Kindpakket 2020